Vier Sterren

welkom op de blog van Wim Gabriels

Tag archief: Reizen

Het Berlijn-epos: deel 2

Toen we twee jaar geleden voor de eerste keer samen Berlijn bezochten, wisten we al dat het niet ons laatste bezoek zou zijn. De stad heeft daarvoor een te grote indruk op ons nagelaten. Dus keerden we vorig weekeinde nog eens terug, voor een verblijf van enkele dagen. En ook dit keer hebben we het uitstekend naar onze zin gehad!

De klassiekers die je absoluut niet mag missen wanneer je Berlijn bezoekt, hebben we reeds vorige keer gezien (zie vorige verslag), dus konden we dit keer wat meer onze tijd nemen om de indrukken van de vele dingen die deze stad zo uniek maken, op ons af te laten komen. Niet alleen de historische bezienswaardigheden, maar ook alle mogelijke moderne ontmoetingsplaatsen in deze stad. Zo zijn er de vele marktjes waar jonge ontwerpers en kunstenaars hun eigen creaties te koop aanbieden, de talloze uitstekende eetgelegenheden, de gezellige koffiehuizen, cafés, gothic- en andere clubs en ga zo maar door.

En wat dacht je van Miniatur Welten Berlin? Zo ziet de Reichstag er dus uit in het klein:

Maar ook de concertliefhebber vindt zonder probleem zijn gading in Berlijn. Tijdens het weekeinde van ons bezoek, meer bepaald op 3 december, gaf Saltatio Mortis er een concert. Plaats van het gebeuren was de C-Club, vlakbij het intussen gesloten vliegveld Tempelhof. En wij waren erbij!
Het Zweedse Fejd mag de avond op gang trekken. Zij combineren traditionele folk met metal en doen dat op een erg geloofwaardige en gedreven manier. Maar ze ruimen al snel plaats voor de hoofdact.
Saltatio Mortis is één van de bekendere vertegenwoordigers van een typisch Duitse muziekstroming, die weleens wordt aangeduid als Middelalter-rock, waarin catchy rock- en metalsongs gecombineerd worden met middeleeuws getinte muziekinstrumenten zoals doedelzak en draailier. Saltatio Mortis sluit vandaag een reeks van vijftien concerten af (waar kan je dat tenslotte beter doen dan in Berlijn?) en de muzikanten zijn dan ook vast van plan om er een bijzonder feestje van te maken. Het publiek heeft er eveneens zin in en het duurt dus niet lang voor de zaal op temperatuur is. De vele gemakkelijk meezingbare refreinen doen de rest. Tijdens de voorlaatste toegift wordt zanger Alea letterlijk door zijn fans op handen gedragen: volgens een traditie van de groep maakt Alea gedurende de ganse song, crowdsurfend en zingend tegelijk, een rondje door de zaal. Een feestje om te onthouden, dit concert van Saltatio Mortis!

De timing van ons bezoek aan Berlijn was natuurlijk niet helemaal toevallig. Begin december baadt Berlijn al volop in de kerstsfeer, en daar houden wij wel van! Op de vele kleine en grote kerstmarkten is het gezelligheid troef, en de Brandenburger Tor wordt passend verlicht door een enorme kerstboom:

Tijd om de dorst te lessen. Frohe Weihnachten iedereen!

Op pad in Bretagne

Vakantie! Ergens begin juli reden we onder een mooie namiddagzon Bretagne binnen met een Keltisch getint deuntje van Omnia op de achtergrond. Het plan: we doorkruisen Bretagne met de wagen, overdag maken we lange wandelingen, ’s avonds zetten we de tent op en de volgende ochtend worden we door de vogels gewekt om koers te zetten naar de volgende locatie!

Omdat we slechts een kleine twee weken hebben, beperken we ons tot het noordelijke deel van het schiereiland (het departement Côtes d’Armor en de noordelijke helft van Finistère, het meest westelijke departement).

Onze eerste bestemming bevindt zich eigenlijk nog net op het grondgebied van Normandië: de Mont Saint-Michel, het bekende rotseiland net voor de kust vlakbij de grens met Bretagne, waarop een abdij is gebouwd die het eiland haar overbekende uitzicht gaf. De contouren ervan zijn reeds van op kilometers afstand zichtbaar. Een bezoek aan dit merkwaardige bouwwerk is een must voor iedereen die voor de eerste keer in de streek komt.

Tot onze verbazing bestaat het vasteland nabij Mont Saint-Michel voor een deel uit op zee gewonnen gebied: een heuse polder! Een avondwandeling door vlakke akkers tussen de dijken, dat kun je dus niet alleen in België of Nederland.

Maar ondanks dit kleine stukje polder staat Bretagne toch veeleer bekend om haar woeste rotskusten! Eén van onze eerste wandelingen voert ons onder meer naar Cap Fréhel, waar enkele dagen later de Tour zou passeren.

Eveneens aan de noordelijke kust, niet ver van de havenstad Paimpol, treffen we een andere belangrijke toerische trekpleister: de abdij van Beauport. Deze gotische abdij werd in de dertiende eeuw gesticht en was eeuwenlang een welvarende en machtige abdij. Dankzij haar haven was het een voornaam handelscentrum en het was tevens een belangrijke rustplaats voor pelgrims op weg naar Compostela.

Door de eeuwen heen raakte de abdij echter in verval en werd uiteindelijk gesloten in 1790. Het werd als historisch monument geklasseerd in 1862. Momenteel wordt het gerestaureerd. Een bezoek aan de ruïnes van deze abdij is niet te versmaden!

Bretagne is ook een erg bosrijke regio. Wie net als ons houdt van uitgestrekte wouden waar grote, knoestige bomen afgewisseld worden met grillige rotsformaties en klaterende beekjes, zal zijn gading hier vinden! Zalig om hier urenlang rond te dwalen.

Deze foto’s van onze wandeling door de bossen nabij Kermoroc’h tonen een klein staaltje van de natuurpracht die Bretagne te bieden heeft.

Het water in deze beek lijkt ons trouwens uitstekend geschikt om de toverdrank van Panoramix te brouwen. Helaas, het recept schijnt verloren gegaan te zijn (maar niet getreurd, Bretagne staat ook bekend om haar uitstekende cider!).

Bretagne herbergt heel wat overblijfselen uit het stenen tijdperk. De Cairn van Barnenez bijvoorbeeld is een enorme grafheuvel die gebouwd werd tussen 4500 en 3900 voor onze jaartelling, op een top van een steile heuvel op een klein schiereiland nabij Morlaix. Het bouwwerk is 75 meter lang en 28 meter breed en daarmee het grootste megalithische grafmonument van Europa. Door de eeuwen heen raakte het in de vergetelheid en overwoekerd door planten. Pas rond 1850 zag men in dat het eigenlijk om een grafheuvel ging. Sindsdien werd het nog lang als steengroeve gebruikt, maar vandaag is het gelukkig een beschermd monument.

Ook individuele menhirs en dolmens zijn geen zeldzaamheid in Bretagne. Eén van de grootste alleenstaande menhirs van Bretagne is die van Kergadiou, die we op één van onze wandelingen tegenkomen: 8,75 meter hoog. Een eindje verderop ligt een gelijkaardige menhir op de grond. Volgens de legende is de menhir van Kergadiou door een Bretoense vrouw gestolen van een oude heks uit de Britse eilanden. In haar woede verzamelde de heks al haar krachten en zond een tweede menhir door de lucht om de andere te vernietigen. Ze miste echter doel en het projectiel viel verderop neer.

Niet alleen inwoners uit het stenen tijdperk, ook de Kelten hebben hun sporen nagelaten in Bretagne. Het Bretoens is de enige Keltische taal die nog op het Europese vasteland gesproken wordt. Ze stamt niet af van het Gallisch dat er gesproken werd ten tijde van de invallen van de Romeinen, maar wel van de taal die meegebracht werd door migranten vanuit Wales en Cornwall, die zich tussen de 4de en de 7de eeuw op het schiereiland vestigden. Tegenwoordig staat het Bretoens sterk onder druk en wordt nog maar door een minderheid van de bevolking gesproken. Hier en daar zijn er wel inspanningen om dit stukje erfgoed in ere te houden (zoals tweetalige opschriften op wegwijzers), maar op termijn lijkt voor het Bretoens een geleidelijke verdwijning als levende taal onafwendbaar. Dat het voorlopig nog niet zover is, konden we gelukkig zelf vaststellen toen we een klein folkfestivalletje bezochten in Landerneau (nabij Brest): van de zangeres van één van de groepen begrepen we geen snars van de bindteksten (en zó slecht is ons Frans nu ook weer niet).

In het schilderachtige vissersdorp Le Conquet, een van de meest westelijke dorpen op het Bretoense vasteland, brengen we één van de zonnigste dagen van onze reis door.

Een andere geliefde bestemming voor wandelaars is Huelgoat. Dit dorpje in het binnenland van Finistère is gelegen in het grote regionaal natuurpark Armorique. Een sprookjesachtige wandeling leidt ons doorheen de uitgestrekte bossen die het dorpje omgeven. Uiteindelijk bereiken we opnieuw het dorp via een klein riviertje dat zich een weg baant doorheen een massa enorme rotsblokken.

En wie Bretagne zegt, zegt natuurlijk ook pannenkoeken! Daar zeggen wij geen nee tegen (let ook op het Bretoense vlaggetje op Anneliens pannenkoek)!

En ja, ze zijn zo lekker als ze eruitzien!

De laatste avond zetten we onze tent nog een laatste keer op, aan het meer van Bosméléac, één van de talrijke stuwmeren in het Bretoense binnenland. En zo eindigt ons avontuur in Bretagne. We binden de bard vast aan een boom en laten ons de gebraden everzwijnen smaken. Tot de volgende keer!

Schandmaul in Keulen

Afgelopen zaterdag stond in Keulen een concert van één van onze favoriete groepen op het programma. Een weekeindje in deze eeuwenoude stad aan de Rijn leek ons een prima idee voor een voorjaarsuitstapje. En dus zaten wij zaterdagmorgen op de Thalys naar Keulen!

Vanuit Gent duurt de rit naar Keulen (met overstap in Brussel) slechts enkele uurtjes, dus ruim de tijd om van de stad te genieten. Bij het buitenwandelen van het station sta je meteen oog in oog met de majestueuze Dom, één van de grootste gothische kathedralen van Europa en dus niet toevallig hét Wahrzeichen van Keulen. Zowel binnen- als buitenkant zijn het bezichtigen meer dan waard. Maar de stad heeft nog meer moois te bieden. In de levendige binnenstad tref je onder meer het Rathaus met zijn fraaie toren en de Groß St. Martin-kerk. En bij mooi weer flaneren de Keulenaars over de promenade langs de Rijn. Natuurlijk kun je ook van de voorjaarszon genieten op een terrasje!

Zicht op Keulen. Van links naar rechts: de toren van het Rathaus, de Groß St. Martin-kerk, de Colonius (televisietoren) en de Dom.

Later op de dag staken we met de tram de machtige Rijn over, op weg naar de concertzaal. Daar was een lange wachtrij ons deel en wanneer we eindelijk de zaal binnen waren, was het voorprogramma al volop bezig, het voor ons onbekende Burn, een stevige rockband die ons bij deze eerste kennismaking best wel aanstond.

Maar we waren natuurlijk gekomen voor Schandmaul! Deze fijne Duitse folkrockband mag ons al jaren tot hun fans rekenen. Eerder dit jaar brachten ze een nieuw album uit, “Traumtänzer”, na meer dan een jaar stilte. Onze verwachtingen waren hooggespannen want de laatste keer dat we hen live konden meemaken, was al zo’n drie jaar geleden. Een weinig verrassend concert, maar daarom niet minder doeltreffend. Schandmaul heeft intussen grote aantallen fans in Duitsland en de sfeer zat er dan ook van begin tot eind in. Twee uur laten waren we ettelijke liters zweet armer en een mooie herinnering rijker!

London calling

Gisteren stond ik om kwart voor zes ’s ochtends fris en monter in het Sint-Pietersstation te wachten op de trein naar Rijsel, om daar de Eurostar naar Londen te nemen. Daar stond gisteren en vandaag voor mij namelijk een vergadering op het programma. Dankzij het uur tijdsverschil had ik in Londen zelf nog ruim de tijd om met de underground op mijn bestemming te geraken voor de vergadering, die om negen uur begon!

Het was al jaren geleden dat ik nog eens in Londen was geweest, en door tijdsgebrek heb ik er dit keer niet veel van gezien. Dat bewaar ik voor een volgende keer! Maar het uitzicht vanuit onze vergaderzaal was niet slecht:

De Thames. Op de voorgrond: Lambeth Bridge; daarachter Westminster Bridge en op de linkeroever Westminster Palace (waar de twee kamers van het Britse parlement gehuisvest zijn).

Op stap in Hamburg

Dat we dol zijn op Berlijn en Leipzig, wist u al. Maar ook de rest van Duitsland willen we zeker niet over het hoofd zien! Vorige week streken we voor enkele dagen neer in de grootstad aan de Elbe: Hamburg!

Hamburg is op Berlijn na de grootste stad van het land. Het dankt zijn naam aan Hammaburg, een versterkte burcht die op die plaats werd gebouwd in het begin van de negende eeuw. Hamburg kan dus terugblikken op een lange geschiedenis. Veel historische gebouwen werden echter vernield door de bombardementen van 1943, waarin zo’n 42000 burgerslachtoffers vielen en grote delen van de stad met de grond gelijk gemaakt werden.

Het imposante negentiende-eeuwse Rathaus (foto links), dat de verwoestingen overleefde, is één van de belangrijkste blikvangers in het stadscentrum. Het is de zetel van parlement en regering van de Duitse deelstaat Hamburg. En het vormt natuurlijk ook de perfecte achtergrond voor een gezellige kerstmarkt. Want hoewel het nog niet eens december was, leek het hier al volop Weihnachten te zijn. En de vrieskou was voor ons een prima excuus om ons de lekkere glühwein te laten smaken!

Hamburg staat natuurlijk vooral bekend om haar haven, die dankzij haar strategische ligging een van de belangrijkste economische draaischijven van Duitsland is. Op Rotterdam en Antwerpen na is het de grootste haven van Europa. Een wandeling door het havengebied gaf ons een idee van de enorme bedrijvigheid hier. Crisis of geen crisis, hier lijkt de economie op volle toeren te draaien.

In het havengebied vinden we de Hamburg Dungeon, een soort spookhuis annex museum waar acteurs de bezoekers aan den lijve doen kennismaken met de duistere kantjes van de geschiedenis van de stad, zoals de pest, folterpraktijken, piraterij, brand en overstromingen. De Hamburg Dungeon heeft ook broertjes in Londen, Edinburgh, Amsterdam en New York, maar voor ons was dit het eerste bezoek aan zo’n Dungeon. Een must voor grufties en andere griezelfanaten!

In hetzelfde gebouw is Miniatur Wunderland Hamburg ondergebracht, een enorme oppervlakte aan op kleine schaal nagemaakte landschappen, steden, openluchtfestivals, stadions en ga zo maar door. De grote rijkdom aan details maakt dat we er nauwelijks op uitgekeken raakten. Op de foto rechts zie je bijvoorbeeld de miniatuurversie van de St-Michaeliskirche, waarvan we het origineel eveneens in Hamburg konden bewonderen.

Ook de Hamburger Kunsthalle (foto onder) werd door ons met een bezoek vereerd. Hier zagen we een uitgebreide collectie schilderijen waarin zowat alle grote meesters sinds de middeleeuwen vertegenwoordigd zijn, met het beroemde Der Wanderer über dem Nebelmeer van Caspar David Friedrich als één van de pronkstukken.

Hoewel ze een stuk bescheidener van omvang is dan die van Berlijn, is de dierentuin Hagenbeck beslist een bezoek waard. Vooral het tropisch aquarium is bijzonder fraai ingericht. Door het koude weer waren er niet veel dieren in openlucht te bewonderen, maar de flamingo’s (foto links) leken er weinig last van te hebben. Ook leuk aan Hagenbeck is dat sommige dieren, zoals de mara’s, gewoon vrij in het park rondlopen.

In de wijk St. Pauli, thuisbasis van FC St. Pauli, bevindt zich de Reeperbahn, het brandpunt van het Hamburgse nachtleven. Wij hebben het echter zoals u weet meer op het gothic-milieu begrepen en gingen een avondje fuiven in de Kir club. En daarmee eindigde ons bezoek aan Hamburg. Een bruisende grootstad waar heel wat te beleven valt, maar die wij voortaan toch vooral zullen associëren met… Weihnachten!

Even naar Koblenz

Zo’n tachtig kilometer ten zuidoosten van Keulen, op de plaats waar de Rijn en de Moezel samenvloeien, ligt het gezellige stadje Koblenz. Omwille van een vergadering bracht ik er deze week twee dagen door, en natuurlijk nam ik de gelegenheid te baat om er te genieten van de stad en de voorjaarszon.
Koblenz bestond al in de Romeinse tijd: haar naam is afgeleid van het Latijnse ad confluentes (“bij de samenvloeiing”). Het maakt deel uit van de Bovenvallei van de Middenrijn, dat door UNESCO tot werelderfgoed is uitgeroepen.

Op de plek van de samenvloeiing zelf, ook wel het Deutsches Eck (“Duitse Hoek”) genoemd, kijkt een enorm ruiterstandbeeld van Keizer Wilhelm I uit over de omgeving. Het werd verwoest op het einde van de Tweede Wereldoorlog maar kort na de hereniging van Duitsland weer in zijn oude glorie hersteld.

Rondom het Deutsches Eck ligt het historische centrum van de stad, dat onder de lentezon bijzonder uitnodigend is om in rond te slenteren of te genieten op de terrasjes. Langs de Rijnoever zijn sommige delen momenteel niet toegankelijk voor het publiek, omdat er koortsachtig gewerkt wordt aan de Buntesgartenschau 2011, een groots opgezette bloemen- en tuinbouwtentoonstelling waarvoor er in de loop van volgend jaar zo’n twee miljoen bezoekers verwacht worden.

Op de rechteroever van de Rijn, tegenover het Deutsches Eck, kijkt het fort Ehrenbreitstein uit over de stad.

En de Rijn? Die zoekt onverstoorbaar verder zijn weg naar het noorden, zoals hij al sinds mensenheugnis doet. En ook ik vertrok uiteindelijk weer noordwaarts, want de plicht riep. Auf Wiedersehen, Koblenz!

Winter in Vilnius

Vorige week stond er voor mij een vergadering in Vilnius op het programma. En daar was het behoorlijk fris: min twaalf! Ja, men moet soms wat over hebben voor zijn werk. Gelukkig was er niet veel wind, dus was de temperatuur, mits aangepaste kledij, nog net draaglijk. En de Litouwse hoofdstad mag gezien worden, ook in de winter. Het historische centrum staat sinds 1994 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.


De oppervlakte van Litouwen, de meest zuidelijke van de drie Baltische staten, is iets meer dan tweemaal die van België. Van de 3,5 miljoen inwoners die het land telt, wonen er ongeveer een half miljoen in de hoofdstad. De stad was in 2009 een van de twee culturele hoofdsteden van Europa en vierde dat jaar tevens haar duizendjarig bestaan.

Litouwen kende een bewogen geschiedenis. In de vijftiende eeuw was het het grootste rijk van Europa, dat zich uitstrekte van de Baltische Zee tot aan de Zwarte Zee. Later werd het verenigd met Polen en in de achttiende eeuw kwam het onder Russisch bewind. Na de Eerste Wereldoorlog werd Litouwen onafhankelijk, maar na de Tweede Wereldoorlog werd het een Sovjetrepubliek. Het land riep uiteindelijk opnieuw haar onafhankelijkheid uit in 1990.

De Sint-Stanislaus- en Sint-Ladislauskathedraal van Vilnius, de belangrijkste kerk van het grotendeels katholieke litouwen, lijkt met haar witte gevel haar winterkleed te hebben aangetrokken. De bouw ervan werd gestart in 1387 maar haar definitieve vorm kreeg ze pas aan het einde van de 18de eeuw. Het is niet de enige kerk van Vilnius: in de ganse stad zijn talloze fraaie kerken te bewonderen.

Niet ver van de kathedraal verrijst een heuvel met daarop een bakstenen toren. Het is de toren van Gediminas, een overblijfsel van de middeleeuwse burcht die oorspronkelijk op deze heuvel stond. De toren stamt uit de vijftiende eeuw en is een belangrijk symbool van de stad en van gans Litouwen. Op de top zie je de nationale driekleur wapperen.

Mijn verblijf in Vilnius was erg kort, maar aan de vluchtige kennismaking met de stad, haar inwoners en – niet te vergeten – hun keuken zal ik toch goede herinneringen overhouden. Hopelijk kom ik hier ooit nog eens terug, maar dan liefst wel bij wat mildere temperaturen!

Het Berlijn-epos: deel 1

Eén stad staat al jarenlang bovenaan ons lijstje met plaatsen die we absoluut willen zien. Een stad die als geen ander symbool staat voor de Koude Oorlog, voor verdeeldheid, maar tegelijkertijd voor vrijheid en hoop. Een toonbeeld van vooruitgang, een baken van cultuur en wetenschap. Als er één stad is die tot onze verbeelding spreekt, dan is het wel Berlijn! En vorig weekeinde, iets meer dan twintig jaar na de Mauerfall, zijn we er eindelijk geraakt.

Wat je zeker niet mag overslaan als je de stad aan de Spree voor de eerste keer bezoekt, is natuurlijk de Reichstag (foto). Dit laat-negentiende-eeuwse monumentale bouwwerk biedt sinds 1999, na een bewogen geschiedenis, opnieuw onderdak aan het Duitse parlement. De enorme glazen koepel (ontwerp van architect Sir Norman Foster), die sindsdien het gebouw siert, staat symbool voor de transparantie van de democratie. En biedt tevens een prachtig uitzicht over de stad!

Niet ver van de Reichstag bevindt zich het Denkmal für die ermordeten Juden Europas (foto), het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de Holocaust. Het monument is een ontwerp van Peter Eisenman en bestaat in hoofdzaak uit 2711 grote betonblokken van verschillende hoogte die opgesteld staan op een oppervlakte van 1,9 hectare. Door het geometrische patroon, de grote omvang en het ontbreken van enig opschrift op de blokken doet het geheel erg sober maar indrukwekkend aan, een stilzwijgende herinnering aan wat gebeurd is en tegelijk een waarschuwing voor wat opnieuw gebeuren kan.

Een andere historisch beladen locatie is natuurlijk de Brandenburger Tor, een achttiende-eeuwse toegangspoort tot de stad, die zich net als de Reichstag vlakbij de Muur bevond. Al die jaren markeerde de Brandenburger Tor de scheiding tussen Oost en West; vandaag staat ze symbool voor vrijheid en hereniging.

Op verscheidene plaatsen in de stad zijn restanten van de Muur bewaard (foto). Op andere plaatsen is het vroegere traject van de muur aangegeven op de grond met een dubbele rij kasseien. Tevens is er natuurlijk het overbekende Checkpoint Charlie, een controlepost aan een toenmalige doorgang door de Muur tussen de Amerikaanse en de Russische sector. Op die plaats staat nu een replica van het vroegere wachthuisje, een belangrijke toeristische aantrekkingspool.

Vanzelfsprekend bezochten we ook de Berlijnse Zoo, één van de oudste dierentuinen van Europa en de soortenrijkste ter wereld. Deze Zoo herbergt zo’n 15000 dieren behorende tot bijna 1500 soorten, waaronder de ijsbeer Knut (die wereldberoemd werd toen hij nog een ijsbeertje was) en de reuzenpanda Bao Bao (foto), één van de weinige reuzenpanda’s in een Europese dierentuin.

Maar Berlijn heeft natuurlijk ook een rijk aanbod aan interessante musea. Zo is er het Neues Museum, dat onder meer plaats biedt aan het Ägyptisches Museum und Papyrussammlung, met als pronkstuk de buste van Nefertete (foto). De Gemäldegalerie is een reusachtige verzameling schilderijen van oude meesters, echter weinig echte topwerken, maar je kunt wel urenlang verdwalen en genieten van deze collectie Europese schilderkunst (13e – 18e eeuw). Ook het Museum für Naturkunde sloegen we zeker niet over, waar het beroemdste en best bewaarde exemplaar van Archaeopteryx lithographica (foto) te zien is (een 150 miljoen jaar oud skelet dat geldt als de vroegst bekende vogel, en duidelijke overgangskenmerken van dinosauriërs naar vogels vertoont), alsook de simpelweg enorme Brachiosaurus brancai, het grootste geëxposeerde dinosauriërskelet ter wereld.

In deze stad zijn uiteraard nog heel wat meer interessante musea te ontdekken, maar daarvoor ontbrak ons voorlopig de tijd.

Maar ook voor de schwarze Szene, is Berlijn zowat de hoofdstad van de wereld geworden. De stad herbergt verscheidene legendarische clubs, voor wie ze weet te vinden. Wij bezochten er twee, de K17, en Last Cathedral, waar de doedelzakbrigade Corvus Corax net die avond een feestje bouwde ter ere van hun twintigjarig bestaan. Spek naar onze bek!

Onze algemene indruk van Berlijn? Een monumentale, imposante stad, ook een bijzonder hippe stad die zowat alles te bieden heeft wat je kan bedenken: cultuur, geschiedenis, wetenschap, eten, drank, natuur en heel veel mensen. En toch leek het nooit de heksenketel van files en straatlawaai die je misschien zou verwachten. Berlijn lijkt op een of andere manier erg spaarzaam omgegaan te zijn met haar open ruimte, waardoor het een bijzonder leefbare en aangename stad is, kortom, wat ons betreft, dé stad van de eenentwintigste eeuw.

Tot zover deel 1 van het Berlijn-epos! En wanneer volgt deel 2? Wel, zodra we nog eens in deze stad geraken – want ja, wij gaan beslist nog terug!

Een Bourgondisch weekje

Volgens het cliché zijn de Belgen Bourgondiërs. Als dat zo is, dan ben ik vorige week in onze hoofdstad geweest. Op zo’n driehonderd kilometer ten zuidoosten van Parijs ligt Dijon, de hoofdstad van de Bourgognestreek. Een fijne locatie voor een congres, en dat mocht ik deze week gedurende vier dagen ervaren! Behalve het eigenlijke werk werd er ook tijd vrijgemaakt voor een uitstapje, je bent nu eenmaal niet elke week in Dijon, nietwaar?

Dijon is een stad met een zeer oude geschiedenis die begint als Romeinse nederzetting op de weg tussen Parijs en Lyon. Het Bourgondische hertogdom kende haar hoogtepunt in de veertiende en vijftiende eeuw, waarin de tot dan toe versnipperde delen van de lage landen geleidelijk onder Bourgondisch gezag kwamen, onder meer door “strategische” huwelijken. Zo huwde Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in 1369 te Gent met Margaretha van Male, dochter van de graaf van Vlaanderen, en zo kwam het graafschap Vlaanderen onder Bourgondisch gezag. Filips de Stoute werd opgevolgd door Jan Zonder Vrees en deze op zijn beurt door Filips de Goede, die onder meer de graafschappen Namen, Holland, Zeeland en Henegouwen en de hertogdommen Brabant, Limburg en Luxemburg wist te verwerven. In zekere zin hebben de Bourgondiërs dus de basis gelegd voor de latere Verenigde Nederlanden.

Toren van Filips de Goede te DijonHet historische centrum van Dijon telt heel wat bezienswaardigheden. Zo is er onder meer de triomfboog Porte Guillaume op de Place Darcy en de laatgotische kerk Saint Michel. Het stadhuis van Dijon is gevestigd in het fraaie Palais des Ducs et des États de Bourgogne, het paleis van de hertogen van Bourgondië, dat uitkijkt op de Place de la Libération. Het werd in verschillende fasen gebouwd in de loop van de veertiende en vijftiende eeuw en omvat onder meer de toren van Filips de Goede (foto) in het centrale gedeelte.

De gothische Notre-Dame-kerk uit de dertiende eeuw is waarschijnlijk de mooiste van de hele stad. Erg bijzonder is de voorgevel met de vele waterspuwers, die van onderuit gezien een erg bevreemdende aanblik opleveren (foto).

Waterspuwers op de voorgevel van de Notre Dame te Dijon

Hospices de Beaune - binnenpleinWe bezochten ook het nabijgelegen stadje Beaune, dat vooral bekend is omwille van de Hospices De Beaune (foto), een in 1443 gesticht hospitaal voor de armen. Het is niet meer in gebruik maar kan wel bezocht worden. Er is onder meer een polyptiek te zien van Rogier Van der Weyden, dat het Laatste Oordeel voorstelt. In Beaune maken we ook uitgebreid kennis met de wijnen die deze streek te bieden heeft, en naderhand wordt er, hoe kan het ook anders, uitgebreid gedineerd. Met de nodige wijn, vanzelfsprekend.

Nog iets vergeten? O ja, men heeft hier ook nog mosterd! Die hebben we in Gent ook wel, maar enige gezonde concurrentie kan natuurlijk geen kwaad. En verder? Lekker eten en drinken natuurlijk! Véél eten en drinken! Ja, die Bourgondiërs, ik geloof dat we inderdaad veel met hen gemeen hebben…

Reis door Schotland

ReisrouteDe laatste weken viel er op deze blog geen activiteit meer te bespeuren. U hoefde zich echter niet ongerust te maken. We hebben onszelf namelijk getrakteerd op een reisje naar het land van doedelzakken, haggis, Rob Roy, whisky en Mic Mac Jampudding!

In deze bijdrage laten we jullie meegenieten van onze reis, in de hoop jullie te verleiden om dit prachtige land ook eens te bezoeken!

 

 

Dag 1: Glasgow

George SquareOnze reis begint en eindigt in Glasgow, met ongeveer 580 000 inwoners de grootste stad van Schotland, groter dan hoofdstad Edinburgh. Onderweg naar onze Bed & Breakfast rijden we voorbij Tennents Caledonian breweries. De taxichauffeur weet ons te vertellen dat hier Stella Artois wordt gebrouwen voor de lokale markt… maar wij zijn toch eerder toe aan een kop koffie!

Glasgow CathedralEenmaal uitgepakt verkennen we het centrum van de stad. Glasgow blijkt vooral een hippe winkelstad te zijn maar heeft toch heel wat bezienswaardigheden in petto. We rusten even uit op het gezellige George Square, waar de City Chambers (foto) te zien zijn alsook een standbeeld van sir Walter Scott, gedragen door een enorme zuil. We wandelen verder naar de erg goed bewaard gebleven dertiende-eeuwse kathedraal met een fraai interieur (foto), die omgeven wordt door Glasgow Necropolis, een sfeervol, heuvelachtig kerkhof, met fraaie oude grafmonumenten tussen het groen. Naderhand eten we een voortreffelijk maal in The Red Onion in West Campbell Street.

 

Dag 2: Glasgow – Drymen

West Highland Way dag 1-1De volgende zeven dagen van onze reis stappen we de West Highland Way, een 152 kilometer lange wandelroute van Milngavie (spreek uit: “Milgaai”, of zoiets), even ten noorden van Glasgow, tot aan Fort William. De route voert dwars door de westelijke highlands, door adembenemende, Tolkieniaanse landschappen. Onze bagage hoeven we gelukkig niet zelf te dragen: elke avond worden de rugzakken netjes op de volgende stopplaats afgeleverd door Travel-Lite. Om te stappen hoeven we dus enkel het hoogst noodzakelijke mee te nemen.

West Highland Way dag 1-2We nemen de trein naar Milngavie, een klein stadje zo’n 10 kilometer ten noorden van Glasgow waar de eigenlijke tocht begint. De eerste etappe is met een lengte van 16 kilometer en nog niet al te veel hellingen een ideale opwarmer. Het weer is net als gisteren ideaal voor een stevige wandeling: licht bewolkt en aangenaam qua temperatuur. We genieten met volle teugen en tegen onze verwachtingen in arriveren we om 14u al op de camping van Drymen, onze eerste stopplaats. Nog zeeën van tijd dus om ons tentje op te slaan, lekker te koken, te eten en te drinken!

 

Dag 3: Drymen – Balmaha

West Highland Way dag 2 - Conic HillDankzij de probleemloze etappe van gisteren vatten we onze tweede tocht met zelfvertrouwen aan. Het reisdoel van de dag ligt dit keer 21 kilometer verder, in Balmaha. We doorkruisen Garadhban Forest, dat voornamelijk bestaat uit uitheems naaldwoud, maar waar het beheer erop gericht is om dit geleidelijk aan weer in loofwoud om te zetten, om de diversiteit van fauna en flora maximale kansen te geven. Eens we het woud verlaten hebben beginnen we aan de eerste echte klim van de West Highland Way: het pad gaat geleidelijk omhoog tot bijna op de top van Conic Hill. Op het hoogste punt van de klim eten we onze boterhammetjes op, genietend van het panorama. We maken een wijde bocht rond de top en dalen vervolgens weer af, richting Balmaha.

West Highland Way dag 2 - Loch Lomond’s Namiddags arriveren we op Cashel Campsite, onze tweede stopplaats, aan de oever van Loch Lomond, in oppervlakte het grootste meer van Schotland. En daar maken we voor het eerst kennis met de gevreesde midges! Nee, niet de welbekende steekmug Culex pipiens die uw en onze slaapkamer ’s zomers teistert. Het gaat hier om Culicoides impunctatus, een soort die behoort tot de familie van de knutten (Ceratopogonidae). Ze zijn niet groter dan een fruitvliegje, en ze zijn vooral met héél erg veel. De oplossing? Binnen blijven, ofwel blijven stappen en enkel halt houden op winderige plaatsen! Want de beestjes houden niet van tocht. Maar blijf je even staan op een windstille plek, dan zit elk stukje beschikbare huid binnen de kortste keren vol met deze kleine schurken. Maar nu zitten we in de tent en kunnen ze ons niet deren! Slaapwel!

 

Dag 4: Balmaha – Inverarnan

West Highland Way dag 3 - trapjeDe kaart vertelt ons dat we vandaag een route van 28 kilometer voor de boeg hebben. Die heeft Beinglas Farm Campsite in Inverarnan als einddoel. De weg kronkelt verder noordwaarts, met aan onze linkerzijde Loch Lomond nooit ver uit de buurt. Beklimmingen en afdalingen wisselen zich in snel tempo af. We wandelen ook langs Rob Roy’s cave, een kleine spelonk bij het meer waar de beroemde Rob Roy MacGregor zich een tijdlang verscholen zou hebben. Na 18 kilometer bereiken we Inversnaid, een klein plaatsje bij het meer waar we op krachten kunnen komen met een koffie en een muffin.

West Highland Way dag 3 - schaapjesWe zetten onze tocht verder door het steeds mooier wordende landschap. Uren wandelen we verder, zonder een levende ziel te ontmoeten, behalve dan de zich rijkelijk aan ons presenterende fauna en flora. We laten ons de natuurschatten welgevallen en nemen rustig de tijd om alles in ons op te nemen. Uiteindelijk arriveren we op de camping. Terwijl de camping in Balmaha gedomineerd werd door caravans, staan hier vooral tentjes van stappers. Het valt ons hier op dat heel wat mensen nogal moeizaam rondstappen of zelfs hinken… de kilometers lijken stilaan hun tol te eisen! De vele schapen die op de camping rondlopen schijnt het allemaal niet te deren.

 

Dag 5: Inverarnan – Tyndrum

West Highland Way dag 4 - kerkhofVandaag stappen we naar Tyndrum, een tocht van ongeveer 19 kilometer. Kronkelende paadjes leiden ons steeds dieper in de Highlands en de landschappen worden steeds indrukwekkender. Grote kudden schapen grazen rustig in de schaduw van Crianlarich Hills. Temidden van de groene heuvels zien we de ruïnes van de dertiende-eeuwse Saint Fillan’s Priory en het naburige kerkhof, en even later het veld waar in 1306 de slag bij Dalry plaatsvond.

West Highland Way dag 4 - Cordulegaster boltoniiNet als gisteren worden we onderweg volop verwend met natuurpracht. Zo merken we bijvoorbeeld een uit de kluiten gewassen exemplaar van de gewone bronlibel (Cordulegaster boltonii) op. Met een vleugelspanwijdte van ongeveer 10 centimeter is dit een van de grootste libellensoorten die in Groot-Brittannië voorkomen. Niet echt een gewillig model, maar na enkele pogingen slaagt Annelien er toch in om het beestje op de gevoelige plaat vast te leggen, tot grote tevredenheid van Wim! In de late namiddag arriveren we in Tyndrum. We zitten nu iets voorbij de helft van de West Highland Way.

 

Dag 6: Tyndrum – Kingshouse

West Highland Way dag 5 - koeNa een regenachtige nacht én ochtend maken we ons klaar voor de langste etappe van allemaal, 32 kilometer. De hemel is volledig bedekt door een dik pakket wolken, die de hoogste toppen aan het zicht onttrekken. Onderweg zien we regelmatig kuddes Schotse hooglandkoeien. Na een tiental kilometer bereiken we het kleine dorpje Bridge Of Orchy, waar we even halt houden om te rusten. Nog enkele kilometers verderop, in Inveroran, ontmoeten we drie medewandelaars, waaronder een vriendelijk koppel uit Friesland, die ons op koffie trakteren. De Friezen blijven in Inveroran logeren. De derde, Jim, een sympathieke Schot wiens reisgezel heeft moeten opgeven, vergezelt ons verder richting Kingshouse. Het begint algauw weer te regenen en de tocht vergt aardig wat van onze krachten. Gelukkig weet Jim voor afleiding te zorgen door ons onderweg te onderhouden met zijn kennis over de Schotse keuken!

West Highland Way dag 5 - bosKingshouse is geen plaatsnaam, maar de naam van een hotel dat op de weg ligt. Het dichtsbijzijnde stadje is Glencoe, bekend vanwege The Massacre of Glencoe, waarbij 38 leden van de McDonald-clan werden gedood door de Campbell-clan in 1692. Maar Glencoe ligt niet op de weg, de bagage ligt op ons te wachten in Kingshouse hotel.  Annelien merkt bij het hotel vier wilde herten op! Wandelaars die niet in het hotel logeren kunnen hun tentje opzetten in de buurt. Wildkamperen is trouwens toegestaan in Schotland zolang je je maar houdt aan de Scottish Outdoor Access Code. Het ontbreken van faciliteiten is geen probleem, we gaan ’s avonds gewoon iets drinken in de bar van het hotel. Daar raken we aan de praat met Ron, een Canadees die lang in Nederland gewoond heeft en in het hotel werkt als kok. Hij weet echter ook wel iets over België en er ontvouwt zich een lang gesprek over Herman Brusselmans, Raymond Van Het Groenewoud en Louis Paul Boon. Voordat we onze tent weer opzoeken, zingen we samen “ik heb getwijfeld over België…”!

 

Dag 7: Kingshouse – Kinlochleven

West Highland Way dag 6 - The Devil\'s Staircase van bovenuit gezienNa de zware tocht van gisteren, staat vandaag de kortste etappe van de zeven op het programma. Een tocht van 14 kilometer moet ons naar het dorpje Kinlochleven leiden. Piece of cake, had Ron ons verzekerd! Maar zo simpel is het nu ook weer niet, want die 14 kilometer omvat wel The Devil’s Staircase, een erg steile klim naar een hoogte van 525 meter. Die klim wordt gevolgd door een bijna net zo steile afdaling, die onze voeten zo mogelijk nog meer op de proef stelt.

West Highland Way dag 6 - KinlochlevenIn de vroege namiddag arriveren we in Kinlochleven, waar we ons tentje opslaan op de MacDonald-camping, nee, geen filiaal van de hamburgerketen! We nemen rustig de tijd om Kinlochleven te verkennen, geld af te halen en de nodige inkopen te doen. We besluiten de dag met een stevig maal en bijbehorende drank in de gezellige kroeg The Tailrace’s Inn.

 

Dag 8: Kinlochleven – Fort William

West Highland Way dag 7Na een regenachtige nacht kramen we de tent op om te beginnen aan de laatste etappe van de West Highland Way: naar Fort William! Na een tijdje door het bewolkte berglandschap gewandeld te hebben, komen we aan een dicht begroeid woud. Eens we dat doorkruist hebben, zien we in de verte Fort William al liggen. Een gestage afdaling naar ons einddoel kan beginnen. Bijna beneden halen we Jim opnieuw in, en samen leggen we de finale kilometers af tot aan het centrum van Fort William, waar een groot bord het einde van de West Highland Way markeert. We hebben het gehaald! We treffen er nog meer wandelaars, die eveneens zeven dagen eerder aan de tocht waren begonnen, en die we onderweg ook meermaals ontmoet hadden. We drinken gezellig samen koffie terwijl we op de bagage wachten. Achteraf biedt Gordon, die Jim met de auto komt oppikken, ons spontaan een lift naar ons hotel aan. Vergeet alles wat je over de Schotten gehoord hebt, de Schotse vriendelijkheid en gastvrijheid zijn een constante tijdens onze reis!

West Highland Way dag 7 - eindeFort William is een klein en gezellig stadje aan de voet van de Ben Nevis, met zijn 1344 meter de hoogste berg van het Britse eiland. De top krijgen we vanuit de stad echter niet te zien, want die is de ganse dag in nevelen gehuld. Fort William ligt aan de zuidwestelijke kant van de Great Glen, een langgerekte vallei op een geologisch breuklijn die Schotland van noordoost naar zuidwest zowat in tweeën snijdt. Dit dal omvat een reeks langgerekte meren, waarvan het 37 kilometer lange Loch Ness er één is. Maar dat is voor morgen, eerst brengen we de nacht door op hotel om onze ledematen wat welverdiende rust te gunnen!

 

Dag 9: Fort William – Drumnadrochit

Loch NessWe beginnen de dag met een onvervalst Scottish breakfast. Naast de etenswaren die je op elk doorsnee ontbijtbuffet ziet zoals vruchtensap, koffie en brood, is er ook keuze uit onder meer spiegelei, bonen in tomatensaus, schijfjes black pudding (een soort van bloedworst) en tattie scones (een soort van aardappelbrood). De Schotten houden duidelijk van een energierijk begin van de dag! Vandaag zullen we nochtans wat minder energie verbruiken, want de volgende etappes van de reis zullen we met treinen, bussen en ferry’s overbruggen. Vandaag nemen we de bus naar Drumnadrochit, aan de noordelijke oever van Loch Ness. De rest van onze reis zullen we trouwens vergezeld worden door Gordon, onze vertederende Schotse hooglandkoe die we in Fort William geadopteerd hebben!

Urquhart CastleNa een hobbelige rit door de Great Glen gaan we met onze bagage naar een B&B. De uitbaters blijken uitgeweken Nederlanders te zijn, die ons hartelijk verwelkomen. In Drumnadrochit zijn twee tentoonstellingen rond Loch Ness. We bezoeken de recentste, de Loch Ness 2000 exhibition. Uiteraard houdt er zich geen reuzenreptiel schuil in het meer, en de tentoonstelling laat die vraag dan ook wijselijk onbeantwoord. Maar met Nessie als rode draad krijgen we wel een bondig en onderhoudend overzicht van de geologische voorgeschiedenis en de ecologie van Loch Ness, en het boeiende onderzoek dat er al in het meer is uitgevoerd naar aanleiding van het vermeende monster. Van bij het tentoonstellingscentrum stappen we terug naar de oevers van Loch Ness, waar de ruïnes van het beroemde Urquhart Castle staan. De opgedane indrukken verwerken we bij een lekker maal in The Fiddler’s, een uitstekend restaurant in het dorp. Vooral de cake gedrenkt in whiskysaus is magistraal! Om de dag te besluiten kijken we in onze B&B naar het voetbal, samen met twee Nederlandse motards, die er eveneens logeren. We bladeren er ook nog eens nostalgisch door de albums Highland games en The Loch Ness mystery van niemand minder dan Spike and Suzy!

 

Dag 10: Drumnadrochit – Inverness

Inverness CastleWe stappen op de bus van Drumnadrochit naar Inverness, een stad aan de Noordzee-zijde van de Great Glen. Met zijn 50 000 inwoners wordt Inverness ook wel de hoofdstad van de Highlands genoemd. We zetten ons tentje op in de camping van Bught Park, en de faciliteiten zijn er gelukkig beter dan de naam zou kunnen doen vermoeden! We wandelen van het park richting stadscentrum door een charmant parkje dat is aangelegd op een aantal eilandjes op de rivier de Ness, die met elkaar zijn verbonden door een reeks bruggetjes. Verder langs de oevers van de Ness zien we bij een kerkje een groot aantal mensen staan, allemaal netjes opgekleed. Waarschijnlijk staat er een trouwfeest op het programma. De mannen dragen allemaal een kilt, de traditionele Schotse klederdracht. Deze wordt nog steeds met fierheid gedragen bij plechtige gelegenheden.

Inverness Cathedral bij de rivier de NessVerderop bereiken we tenslotte Inverness Castle, dat over de stad uitkijkt. Dit 19de-eeuwse kasteel van rode zandsteen is thans een gerechtshof. In het centrum zien we onder meer ook de eveneens 19de-eeuwse kathedraal en de Victorian Market. Eten doen we in muziekcafé The Room. Hier proeft Wim voor het eerst haggis, het bekende Schotse gerecht op basis van gehakte schaapsingewanden en havermout. Lang niet slecht, al doet Wim het gerecht oneer aan door er geen whisky maar Guinness bij te drinken!

 

Dag 11: Inverness – Thurso

Thurso - speeltuintje bij de kustVandaag staat een lange treinrit op het programma. We reizen van Inverness naar Thurso, op het meest noordelijke deel van het Schotse vasteland. Het is een mistige en ook regenachtige dag. De trein volgt een kronkelend parcours langs verschillende stations, eerst terug een stukje het binnenland in en later langs de oostkust, waar woeste golven tegen de rotsen slaan. Schapen zien we opnieuw in overvloed. Vanaf Helmsdale gaat het weer meer richting binnenland. Wat verder zien we enkele herten, deze keer weliswaar in gevangenschap. Maar nu lukt het ons toch om er een foto van te nemen.

Thurso - scheepswrakkenNa enkele uren bereiken we Thurso, een klein kuststadje waar niet veel te beleven valt. Van hieruit zullen we de ferry naar de Orkney-eilanden nemen, maar die vertrekt pas morgenmiddag. Het regent en waait hevig. Omwille van het slechte weer besluiten we niet te kamperen en een B&B te zoeken. Nadat we onze bagage hebben afgezet, trekken we nog even naar de kust om regen, wind en zee in alle hevigheid tekeer te zien gaan. Helemaal uitgewaaid zoeken we een restaurant voor een stevige maaltijd en daarna keren we terug naar onze B&B. Daar nestelen we ons gezellig in de zetel met warme chocolademelk en… voetbal op de televisie!

 

Dag 12: Thurso – Stromness

The Old Man of HoyWe stappen met onze bagage van Thurso naar het nabijgelegen Scrabster, waar de ferry-terminal zich bevindt. De overtocht duurt ongeveer anderhalf uur en brengt ons naar Stromness, op het grootste eiland van de Orkneys, dat simpelweg Mainland genoemd wordt. Onderweg verandert de hemel langzaam maar zeker van bewolkt in blauw. En tijdje later zal dat weer veranderen en in de loop van de dag nog een aantal keren. Juist, we kunnen hier zonder overdrijven het woord wisselvallig gebruiken! Vooraleer we Mainland bereiken, varen we eerst rond het eiland Hoy, met zijn steile kliffen. Van op de boot hebben we een mooi zicht op de 137 meter hoge Old Man of Hoy, een massieve vrijstaande rots van rode zandsteen, het resultaat van het grillige spel van erosie waaraan de oevers van Hoy blootgesteld zijn.

MainlandAangekomen in Stromness zetten we ons tentje recht op de plaatselijke camping, tegen de kust van Mainland. Het is de enige camping waar we tijdens onze reis niet één maar twee keer zullen overnachten. We doen inkopen in het gezellige stadje en koken ons avondeten op de camping. Het avondeten gaat voor Wim vergezeld van een Skull Splitter, een lokaal gebrouwen bier, dat genoemd is naar Thorfinn Einarsson, viking-graaf van Orkney in de tiende eeuw, bijgenaamd Hausakljuv (wat zoveel betekent als Skull Splitter). Het is een smakelijk, donker bier, en met zijn alcoholpercentage van 8,5 tamelijk zwaar, zeker naar Britse maatstaven. Later op de avond maken we een fikse wandeling langs de kust, genietend van het landschap.

 

Dag 13: Stromness

Skara BraeDe Orkney-eilanden liggen bezaaid met archeologische schatten uit het stenen tijdperk. We doorkruisen Mainland te voet richting westkust om Skara Brae te zien, een 5000 jaar oud dorp waarvan de resten in 1850 werden blootgelegd door een storm. Het dorp moet ongeveer 6 eeuwen lang bewoond zijn geweest (tussen 3100 en 2500 voor Christus) om daarna verlaten te worden. Het is het best bewaarde neolithische dorp van Noord-Europa en het interieur van de huizen samen met de gebruiksvoorwerpen die er werden gevonden geeft een goed idee van hoe de mensen er moeten geleefd hebben. Het geeft een vreemd gevoel om hier zoveel eeuwen later rond deze huisjes te kunnen lopen.

ZeehondenLater op de dag, wanneer we weer op de camping zijn, besluiten we om nog een avondwandeling te doen langs de kust. We volgen ongeveer dezelfde route als de dag voordien. Nog maar net vertrokken, passeren we een groot aantal langwerpige stenen die op een rotsige uitloper van de kust liggen. Net nadat we er voorbijgewandeld zijn, lijkt één van de stenen geluid te maken. Juist, de stenen blijken bij nader inzien gewone zeehonden (Phoca vitulina) te zijn! Ze zijn met enkele tientallen en liggen hier te zonnen, op amper tweehonderd meter van onze camping, net of ze met vakantie zijn. We maken vlug enkele foto’s en maken ons dan weer uit de voeten om hen niet te storen.

 

Dag 14: Stromness – Kirkwall

StennessNa twee droge dagen is het vannacht weer beginnen regenen. Tussen twee buien door kramen we de tent op en nemen afscheid van Stromness. We nemen de bus naar Kirkwall, de grootste stad van de eilandengroep, een twintigtal kilometer meer naar het oosten van Mainland. Terwijl we het eiland doorkruisen hebben we een mooi uitzicht op de uit omstreeks 3100 voor Christus stammende Standing Stones of Stenness en de al bijna even oude grafheuvel Maes Howe (2700 voor Christus). Wat verderop staat de iets recentere steencirkel Ring of Brodgar, die dateert van tussen 2500 en 2000 voor Christus. Deze mysterieuze bouwwerken vormen samen met Skara Brae het neolithische hart van de Orkneys.

Kirkwall St-Magnus CathedralIn Kirkwall lopen we binnen in de Sint-Magnuskathedraal, die uit de twaalfde eeuw stamt. Lang niet zo oud als Skara Brae natuurlijk, maar zeker een bezoekje waard. Vlakbij zien we onder meer ook de restanten van The Earl’s Palace, dat in de zeventiende eeuw gebouwd werd voor de tyrannieke graaf Patrick Stewart (nee, niet die van Star Trek!). In het Orkney Museum verdiepen we ons nog wat verder in het rijke verleden van de eilandengroep. Later op de avond vertrekken we met de bagage naar de ferry-terminal. Het is ondertussen hevig beginnen waaien en regenen. Na enkele uren gewacht te hebben in de terminal kunnen we inschepen. Even voor middernacht vertrekt de ferry, met bestemming Aberdeen. Tot ziens, Orkneys!

 

Dag 15: Kirkwall – Edinburgh

Edinburgh CastleDe ferry meert geheel volgens schema om zeven uur ’s morgens aan in Aberdeen. Daar nemen we de trein naar Edinburgh. De trein heeft enkele haperingen onderweg waardoor we later aankomen dan voorzien, maar onderweg hebben we wel kunnen genieten van het uitzicht op de oostkust. Eenmaal in Edinburgh weten we niet goed waar eerst te kijken: de stad blijkt nog veel aantrekkelijker te zijn dan we hadden verwacht. Een mastodont van grote en kleine straten, hellingen en oude, monumentale gebouwen met veel groen en in de achtergrond de bergen. We voelen ons hier meteen thuis. Terwijl Glasgow een typische Europese grootstad is, heeft het oude Edinburgh naar ons gevoel meer karakter en uitstraling.

Edinburgh - Princes Street GardensWe kuieren doorheen de Royal Mile, de historische slagader van de stad die Edinburgh Castle, een eeuwenoude vesting bovenop een enorme rots, verbindt met de ruïnes van Holyrood Abbey. Onderweg komen we nog veel meer bezienswaardigheden tegen, waaronder Saint Giles Cathedral en het Parliament House waar het oorspronkelijke Schotse parlement bijeenkwam tot het in 1707 werd opgeheven door de unie met Engeland. We wandelen ook een grote weverij annex winkel van tartanstoffen binnen waar een grote tentoonstelling over de geschiedenis van de kilt te zien blijkt te zijn. Maar alsof we nog niet voldoende onder de indruk zouden zijn, is ook in het nieuwere deel van de stad heel wat te zien. We verpozen in de gezellige Princes Street Gardens, waar we een mooi uitzicht over deze prachtige stad hebben. En toen was er… koffie!

 

Dag 16: Edinburgh – Glasgow

Radiohead 1We nemen de trein van Edinburgh naar Glasgow, waar onze reis begonnen is. Hier staat nog een wat apart onderdeel van onze reis op het programma: we gaan naar een concert van Radiohead kijken in Glasgow Green, een groot park niet ver van ons hotel. Erg toevallig dat we dit kunnen doen, want we waren al in Schotland toen het optreden ons ter ore kwam. Onze tickets, die we besteld hadden via de internet-PC op de camping in (jaja!) Bught Park, liggen netjes klaar aan de verkoopsstand en we wandelen een grote groene weide op. We voelen ons meteen in festivalstemming. De vele eet- en drankkraampjes geven ons even het idee dat dit net zo goed in België zou kunnen zijn, tot we ook een kraampje opmerken dat haggis, neeps ’n tatties verkoopt!

Radiohead 2De sfeer op de weide is goed, ondanks de regen. Maar daar kijkt dan ook geen enkele Schot van op. Na een hele tijd wachten begint het voorprogramma. Dat blijkt Bat For Lashes te zijn, een niet onaardig groepje waarvan de zangeres ons een beetje aan Björk doet denken. Na nog meer wachten verschijnen Thom Yorke en co eindelijk zelf op het podium. De groep maakt een uitstekende indruk en brengt een stevige setlist met erg veel bekende nummers. De enthousiaste Schotse fans zorgen dat de ganse weide in beweging komt. Een mooie afsluiter van een onvergetelijke reis! Morgen keren we weer naar huis!

Een vluchtige impressie van Warschau

Deze week verbleef ik omwille van mijn werk twee dagen in Warschau. Doordat de vergaderingen wat minder lang duurden dan voorzien, zag ik toch even kans om de stad te verkennen. Gewapend met het fototoestel vanzelfsprekend, zo heeft het thuisfront er ook nog iets aan!

Het lijkt moeilijk te geloven dat deze stad tijdens de Tweede Wereldoorlog zowat met de grond gelijk is gemaakt. Na de oorlog werd de stad met vereende krachten weer heropgebouwd, een titanenwerk maar de operatie is geslaagd. Het verleden zal echter niet licht vergeten worden, want oorlogsmonumenten zijn er in overvloed.

Paleis van Cultuur en WetenschapDe buitenste gedeelten van de stad lijken een uitgestrekt netwerk te zijn van brede boulevards met vooral veel hotels en flatgebouwen. Veel typische oostblok-architectuur maar op de gevels zie je toch wel erg vaak het logo van een of andere westerse kleding- of fastfoodketen. Het imposante Paleis van Cultuur en Wetenschap uit 1955, dat oorspronkelijk een geschenk was van Stalin aan Warschau, overheerst met haar 237 meter hoogte de skyline van de stad.

Het historisch centrum van Warschau met het koninklijk slot

De markt van de oude stadIn het historische centrum, dat na de oorlog volledig gereconstrueerd werd en nu beschermd is door UNESCO, hangt een erg aangename en ontspannen sfeer. Niet meteen de heksenketel die je zou verwachten in het hartje van een stad met 1,7 miljoen inwoners. Op het marktplein van de oude stad nodigen de terrasjes uit om de dorst te lessen met een Zywiec, het lokale pilsje.

Zicht op de rivier de WislaHet straatbeeld wordt gevormd door een mix van lokale bewoners, studenten en toeristen. Voeg daarbij nog de fraaie architectuur, de vele parkjes en de rivier de Wisla die Warschau doorsnijdt en een wel erg genietbaar geheel is het resultaat. Om het plaatje helemaal perfect te maken, krijg ik er ook nog eens een stralend blauwe hemel bovenop.

Het presidentieel paleisIk wandel verder langs de Krakowskie Przedmiescie, een brede winkel- en wandelstraat, waar ook het presidentieel paleis gelegen is. Voor het paleis staat een ruiterstandbeeld van de veldheer Jozef Poniatowski, die stierf als maarschalk van Napoleon tijdens de slag bij Leipzig in 1813.

Het standbeeld van CopernicusWat verder krijg ik een standbeeld van Copernicus in het vizier, die de wacht houdt voor het gebouw van de Poolse Academie van Wetenschappen. Hij is het die reeds in de zestiende eeuw, nog voor Galilei, de toen wel erg gedurfde stelling poneerde dat de aarde rond de zon draait en niet omgekeerd. Op deze man mogen de Polen terecht trots zijn!

Ik keer weer naar huis met het gevoel dat dit verblijf iets te kort was. Misschien maak ik ooit nog wel eens wat uitgebreider kennis met dit land en haar hoofdstad. Maar voorlopig krijgen ze van mij alvast vier sterren, dat spreekt vanzelf!