Vier Sterren

welkom op de blog van Wim Gabriels

Tag archief: Milieu

Het klimaat verandert, nu de politiek nog

IPCC rapport WGI 2013Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, lanceerde vrijdag haar nieuwe rapport over klimaatverandering, gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De conclusies zijn ondubbelzinnig: klimaatverandering is reëel, en het is zo goed als zeker dat de mens er de oorzaak van is.

Die conclusie is niet onverwacht, want ook de vorige IPCC-rapporten wezen duidelijk in die richting. Vandaag is de wetenschap echter zekerder dan ooit. Het vorige IPCC-rapport, dat dateert van 2007, deed aanvankelijk wel wat stof opwaaien in de wereldwijde pers, maar de politieke wereld ging al snel opnieuw over tot de orde van de dag. We kunnen maar hopen dat dit nieuwe rapport de wereldleiders eindelijk écht wakker schudt. Want er is geen reden om nog kostbare tijd te verliezen.

Advertenties

Oppervlaktewaterkwaliteit in Vlaanderen: de jaarlijkse bevindingen van de VMM

Hoe is het gesteld met de kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen? De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) brengt met haar meetnetten de toestand van de oppervlaktewateren en de bronnen van waterverontreiniging in kaart. Jaarlijks publiceert de VMM haar bevindingen op basis van de metingen van het afgelopen jaar. Deze week verscheen het Jaarrapport Water 2011.

De VMM concludeert dat de waterkwaliteit in Vlaanderen een stuk beter is dan enkele decennia geleden, en dit dankzij investeringen in waterzuivering en de inspanningen van landbouw en bedrijven. De laatste jaren verloopt deze verbetering echter veel minder snel. Het bereiken van de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water, die niet alleen rekening houdt met de fysische en chemische kwaliteit van het water, maar ook met de aanwezige fauna en flora, is volgens de VMM nog veraf.

Het jaarrapport van de VMM verschijnt niet in gedrukte vorm, maar in webformaat. Via de link kan je de algemene conclusies lezen en tevens de meetresultaten bekijken voor de verschillende aspecten van de waterkwaliteit en de bronnen van verontreiniging.

Niet vergeten: Earth Hour 2012!

Met Earth Hour, een initiatief van WWF, wordt jaarlijks wereldwijd aandacht gevraagd voor de gevolgen van de massale verbranding van fossiele brandstoffen op ons klimaat.

Met een heel eenvoudig gebaar, namelijk het uitschakelen van alle kunstlicht voor een uurtje, kunnen we allemaal samen duidelijk maken dat het zo niet verder kan. Onze beleidsmakers moeten een krachtig signaal krijgen dat de omschakeling naar een duurzame, koolstofarme economie niet morgen, maar vandaag nog moet worden ingezet. Dus: vandaag, zaterdag 31 maart 2012, schakelen we om 20u30 massaal het licht uit! Afgesproken?

Etienne Vermeersch – De Ogen Van De Panda

In 1988 publiceerde Etienne Vermeersch “De ogen van de panda – een milieufilosofisch essay”, waarin hij de milieuproblematiek, zowel de onderliggende oorzaken als mogelijke oplossingen, onderzoekt. Het werd al snel een bestseller. Tweeëntwintig jaar later, in 2010, verscheen een nieuwe editie met de bijkomende ondertitel “een kwarteeuw later” (een gerechtvaardigde afronding, omdat zijn ideeën ten tijde van de eerste publicatie al enkele jaren vaste vorm hadden gekregen). De auteur koos ervoor om niets inhoudelijks aan de oorspronkelijke tekst te wijzigen, maar een naschrift toe te voegen waarin hij het werk vanuit hedendaags perspectief becommentarieert.

Ik las het boek een dikke tien jaar geleden al eens, ergens in mijn studententijd, en kon het toen erg waarderen. Het verschijnen van deze nieuwe uitgave leek me een goede gelegenheid om het nog eens te herlezen, om te weten te komen of de argumentatie nog steeds opgaat. En dat blijkt wel degelijk het geval te zijn.

De grondslag van de milieuproblematiek is wat Vermeersch het WTK-bestel noemt: Wetenschap – Technologie – Kapitalisme. Dit WTK-bestel is de motor die onze agro-industriële samenleving in steeds hoger tempo doet draaien. Eenvoudig gezegd: een steeds groeiende kennis mondt uit in technologische innovaties, die op hun beurt de productie van goederen doen toenemen, wat weer bijkomende mogelijkheden schept voor wetenschappelijk onderzoek. Dat heeft ontegensprekelijk zijn goede kanten (voedselzekerheid, gezondheidszorg, onderwijs), en Vermeersch verkettert dit systeem zeker ook niet eenzijdig. Maar doordat de verschillende onderdelen elkaar in de hand werken, raakt het systeem geleidelijk aan volledig ontspoord, en belanden we in een niets ontziende consumptiemaatschappij.
De expansie van dit WTK-bestel gaat gepaard met een steeds sneller toenemende bevolking, uitputting van natuurlijke grondstoffen, achteruitgang van de biodiversiteit en ga zo maar door. Want waar het schoentje knelt, is natuurlijk de eindigheid van onze aarde. We hebben maar een beperkte hoeveelheid vruchtbare aarde, zonlicht, biodiversiteit, water en lucht. Maar het op hol geslagen WTK-bestel blijft steeds sneller groeien, waardoor het vroeg of laat uit zijn voegen moet barsten – met rampzalige gevolgen voor de mensheid, die in zijn eigen voortbestaan bedreigd wordt.

Een kwarteeuw geleden waren er al signalen te over dat het de verkeerde kant opgaat. Vandaag zijn die signalen alleen maar toegenomen. Nochtans zijn enkele van de dreigingen die Vermeersch in het boek noemde (het ozongat en de zure regen) sinds het einde van de jaren tachtig min of meer succesvol aangepakt door gewijzigde productiemethoden. Maar heel wat andere problemen, zoals het broeikaseffect en de achteruitgang van de biodiversiteit, zijn enkel in ernst toegenomen, omdat ze nog veel sterker aan de WTK-expansie gekoppeld zijn. Dergelijke problemen kunnen niet opgelost worden door kleine aanpassingen aan onze productiesystemen. Hoe dan wel? Vermeersch concludeert dat we de WTK-expansie en de ermee gepaard gaande tendensen zoals bevolkingsexplosie en uitputting van grondstoffen tot staan zullen moeten brengen. Dat houdt (onder meer) in dat productie- en consumptieprocessen omgevormd moeten worden tot een cyclisch systeem, waarbij energie uit hernieuwbare bronnen komt en grondstoffen door recyclage teruggewonnen worden.

Dit boek heeft in mijn ogen twee belangrijke verdiensten. Ten eerste weet Vermeersch tot de kern van het milieuprobleem door te dringen door de onderliggende mechanismen te identificeren, wat meteen ook beter inzicht verschaft in de wijze waarop ze aangepakt moeten worden. De tweede grote verdienste situeert zich op ethisch vlak. Vermeersch identificeert zeer duidelijke ethische grondslagen om aan milieubescherming te doen. Vertrekkende vanuit een fundamenteel ethisch principe, namelijk solidariteit met de medemens, argumenteert hij dat er geen enkele reden is om deze solidariteit niet alleen in geografische zin uit te breiden (met mensen uit andere delen van de wereld), maar ook met mensen die nog geboren moeten worden. Want de milieuproblemen die wij nu veroorzaken zullen de toekomstige generaties nog veel harder treffen dan onszelf. Maar deze mensen hebben niet minder recht op onze solidariteit. Dat maakt het oplossen van de milieuproblematiek een morele plicht. Op die manier bewijst Vermeersch dat, zelfs vanuit een strikt antropocentrische visie, er geen enkele reden is om de wereldwijde milieuproblematiek te negeren. Onze achterkleinkinderen zullen ons dankbaar zijn.

Dikke-truiendag 2011

Morgen, woensdag 16 februari 2011, is het weer Dikke-truiendag! Met deze jaarlijkse campagne roept het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid (LNE) op om energie te besparen. Dat kan met kleine, concrete acties zoals het dragen van een warme trui zodat de verwarming niet zo hoog hoeft te staan; maar er zijn natuurlijk talloze dingen die je kan doen. Op de website van Dikke-truiendag zijn alvast heel wat voorbeelden te vinden.

En dat energie besparen niet alleen goed is voor het milieu maar ook voor de portefeuille, weten we intussen ook allemaal. Dus laten we allen maar het verstandige voorbeeld van de schaapjes volgen!

Hoe zit het intussen met de luchtkwaliteit in Vlaanderen?

Kunnen we zonder zorgen diep ademhalen, of lopen we beter met een gasmasker rond, als we ons pensioen willen halen? De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) lanceerde afgelopen vrijdag twee nieuwe rapporten over de luchtkwaliteit in Vlaanderen. Daaruit blijkt dat de luchtkwaliteit er in Vlaanderen op vooruitgegaan is.

Het Jaarverslag Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest 2009 geeft een overzicht van de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2009. Van de meerderheid van de schadelijke stoffen, zoals zwaveldioxide en benzeen, zijn de concentraties de afgelopen decennia gedaald. Ook de concentraties aan fijn stof zijn gedaald, maar de daggrenswaarde (maximum 35 dagen per jaar met een te hoge concentratie) werd op een kwart van de meetplaatsen niet gehaald. Verder zijn er ook nog heel wat lokale problemen met stikstofdioxide, zware metalen en PCB’s.

Het Jaarverslag Lozingen in de lucht 1990-2009 geeft een overzicht van de uitstoot van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen door de industrie, de gebouwenverwarming, het verkeer en de land- en tuinbouw. Uit dit rapport blijkt dat de dalende trend op het vlak van uitstoot van vervuilende stoffen zich in 2009 doorgezet heeft.

Meer details kun je natuurlijk vinden in de rapporten zelf!

Bescheiden succes in Cancún

Na de flop van Kopenhagen was het bang afwachten wat de VN-klimaattop in Cancún zou opleveren. Die top is intussen afgelopen en heeft een reeks akkoorden opgeleverd. Gezien het overheersende pessimisme in de aanloop naar de top, is dat op zich al goed nieuws.

Er wordt erkend dat scherpe emissiereducties nodig zijn om de globale klimaatopwarming onder de grens van de twee graden te houden. Daarnaast zijn er een aantal meer concrete afspraken, zoals de oprichting van een groen klimaatfonds waarmee de industrielanden klimaatactie in ontwikkelingslanden financieel ondersteunen. Een verlenging van het Kyotoprotocol is er echter niet gekomen.

Dat alles nu tenminste toch weer de goede richting uitgaat is een hoopgevende vaststelling. De volgende klimaattop vindt over een jaar plaats in Durban, Zuid-Afrika, en die wordt cruciaal: dan moeten er concrete doelstellingen vastgelegd worden, want het kyotoprotocol loopt af in 2012.

De reactie van Bond Beter Leefmilieu kun je hier lezen en die van WWF hier.

Druk op het milieu in Vlaanderen lichtjes afgenomen

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) publiceerde deze week het MIRA Indicatorenrapport 2010. MIRA staat voor Milieurapport Vlaanderen. Het rapport bevat een groot aantal cijfers die een beeld geven van de toestand van het milieu en de menselijke druk op het milieu in Vlaanderen.

Uit het rapport blijkt dat sinds 2005 het energieverbruik in Vlaanderen is gedaald. De daling van het energieverbruik was ook het sterkst in 2009. Maar door de crisis is het bruto binnenlands product van Vlaanderen in 2008 minder snel gestegen dan voorheen en in 2009 zelfs gedaald. De daling van het energieverbruik kan dus gedeeltelijk aan de crisis toegeschreven worden.

De crisis heeft tegelijk ook zijn gevolgen voor de uitstoot van de industrie naar lucht en water. Zo is de uitstoot van stikstofoxiden door de metaalindustrie sterk gedaald in 2009, hoofdzakelijk door de tijdelijke stilstand van belangrijke installaties.

De uitstoot van CO2 is sinds 2005 aanhoudend gedaald, maar ligt wel nog steeds hoger dan in 1990. Vlaanderen haalt wel de kyoto-doelstellingen, maar dat is vooral te danken aan de verminderde uitstoot van andere broeikasgassen.

Ook de luchtkwaliteit is er de laatste jaren lichtjes op vooruitgegaan, vooral wat betreft de concentratie aan fijn stof en benzeen. De waterkwaliteit is eveneens lichtjes verbeterd, maar blijft nog altijd ver onder de beoogde doelstellingen.

Er is in Vlaanderen dus een beperkte daling van de druk op het milieu te merken, maar die is wel voor een deel aan de crisis te wijten. We hebben duidelijk nog een lange weg af te leggen. In het rapport wordt er ook op gewezen dat de gemiddelde Vlaming een ecologische voetafdruk heeft die meer dan dubbel zo hoog is als die van de gemiddelde wereldburger. Een beleid gericht op duurzame productie en consumptie is dus meer dan nodig.

Naast het rapport, dat integraal gedownload kan worden, is een meer uitgebreide set van indicatoren te raadplegen in de rubriek feiten en cijfers op www.milieurapport.be.

Waterkwaliteit in Vlaanderen: het einddoel is nog veraf

Elk jaar maakt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de balans op van de kwaliteit van oppervlaktewater en waterbodems in Vlaanderen en de evolutie van afvalwaterlozingen door bedrijven en zuivering van huishoudelijk afvalwater. Het nieuwste rapport, het Jaarrapport Water 2009, is sinds vandaag beschikbaar op de website van de VMM.

Uit het rapport blijkt dat de waterkwaliteit in Vlaanderen de laatste twee decennia sterk verbeterd is dankzij investeringen in zuivering van huishoudelijk afvalwater en inspanningen van landbouw en industrie. De laatste jaren is die verbetering echter veel minder uitgesproken.

Het gemiddelde zuurstofgehalte in de Vlaamse oppervlaktewateren blijft ongeveer op hetzelfde niveau als het jaar voordien. Ook de gehaltes aan nutriënten zoals nitraten en fosfaten zijn vergelijkbaar met die van de laatste jaren. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen, niet alleen in de landbouw, maar ook door particulieren, heeft eveneens een belangrijk effect op de waterkwaliteit. Op veel meetplaatsen vond de VMM meer dan 25 verschillende pesticiden. In een aantal oppervlaktewateren kan een acuut toxisch effect verwacht worden omdat de maximum aanvaardbare concentratie één of meermaals overschreden wordt. Voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAKs) wordt op de meeste meetplaatsen een overschrijding vastgesteld. Bijna alle onderzochte waterbodems zijn licht tot sterk verontreinigd. Ook de biologische waterkwaliteitsdoelstellingen worden op de meeste plaatsen niet gehaald. Omdat deze laatste van groot belang zijn voor het bereiken van de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water, is er dus nog een lange weg af te leggen.

De resultaten van de waterkwaliteitsmetingen van de VMM kunnen online geconsulteerd worden via het Geoloket Waterkwaliteit op de VMM-website.

Braungart & McDonough – Cradle To Cradle

De Duitse chemicus Michael Braungart en de Amerikaanse architect William McDonough publiceerden in 2002 de bestseller Cradle to Cradle: Remaking The Way We Make Things. Het concept “Cradle To Cradle” is inmiddels algemeen ingeburgerd geraakt en duikt steeds vaker op in de media (vaak afgekort tot C2C). Maar waar gaat het eigenlijk over? Dus heb ik toch maar eens het boek gelezen.

Cradle To Cradle verwijst naar Cradle To Grave, zoals de levenscyclus van een menselijk consumptieproduct er meestal uitziet: iets wordt geproduceerd (de wieg) en na gebruik eindigt het vroeg of laat als afval (het graf). Daar beginnen de problemen: producten kunnen niet of slechts gedeeltelijk worden hergebruikt en moeten dus gestort of verbrand worden. Daarbij kunnen allerlei toxische bestanddelen voor ernstige problemen zorgen. Wanneer de mens zijn consumptiegedrag minder belastend voor de planeet wil maken, probeert hij dus minder afval te veroorzaken. Maar afval blijft wel afval. Braungart en McDonough stellen een radicalere oplossing voor: als we nu eens alle producten van bij het begin zo ontwerpen, dat er na gebruik helemaal geen sprake meer is van afval, maar uitsluitend van nieuw te gebruiken grondstoffen, van evenwaardige kwaliteit als het origineel. En zo gaan we dus van de wieg van het product naar een nieuwe wieg: Cradle To Cradle.

Afval moet dus voedsel worden, volgens Braungart en McDonough. Elk product moet een tweede leven krijgen, ofwel als biologische voedingsstof (compost bijvoorbeeld), ofwel als technische voedingsstof: uitgangsmateriaal voor nieuwe producten. Als we dat kunnen realiseren, bestaat er geen afval meer. Klinkt allemaal mooi, maar kan het? Voor Braungart en McDonough zelf blijft het alleszins niet bij theorie: het boek bevat verscheidene succesvolle voorbeelden van projecten die ze zelf gerealiseerd hebben.

Of het ooit gaat lukken om de hele productieketen volgens het Cradle To Cradle-concept te laten werken, zal nog moeten blijken. Maar deze manier van werken lijkt mij een essentiële (hoewel zeker niet de enige) voorwaarde om tot een écht duurzame maatschappij te komen: een maatschappij die op geen enkele manier de levenskwaliteit van de volgende generaties in het gedrang brengt. Onder meer door hen niet met een berg gevaarlijk afval op te zadelen.

Klimaatwetenschappers in ere hersteld

Een extern onderzoek heeft zopas aangetoond dat de Britse klimaatwetenschappers van wie vorig jaar een groot aantal e-mails gehackt waren, geen wetenschappelijke fraude hebben gepleegd. Klimaatsceptici meenden daarvoor aanwijzingen te zien in de gehackte e-mails, waardoor de hele controverse ontstaan was.

De Climate Research Unit (CRU) van de University of East Anglia in Norfolk (UK) is een vooraanstaand klimatologisch onderzoekscentrum, dat onder meer belangrijke bijdragen leverde aan de rapporten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de Verenigde Naties. De meest recente rapporten van het IPCC (uit 2007) bevestigen dat er een brede wetenschappelijke consensus bestaat dat de aarde als gevolg van menselijke activiteiten ernstige klimaatwijzigingen ondergaat.

In november 2009, waarschijnlijk niet toevallig kort voor de mislukte klimaatconferentie van Kopenhagen, brak een hacker in op de server van CRU en stal een grote hoeveelheid e-mails, om ze vervolgens op het internet te gooien. De gestolen e-mails toonden volgens klimaatsceptici aan dat de wetenschappers van CRU met hun gegevens geknoeid zouden hebben om klimaatveranderingen aan te tonen. Met de term “Climategate” werd er een regelrechte schandaalsfeer rond gecreëerd. Uiteindelijk werd er door de universiteit een extern onderzoek ingesteld, onder leiding van Sir Muir Russell, een voormalig topambtenaar en tevens voormalig hoofd van de Universiteit van Glasgow. Het hoofd van CRU, professor Phil Jones, moest in afwachting van de resultaten opstappen.

Gisteren presenteerden Russell en zijn team een rapport met de bevindingen van het onderzoek. Daarin wordt besloten dat er geen enkele twijfel bestaat over de integriteit van de wetenschappers, en dat er geen enkel bewijs is van gedrag die de conclusies van het IPCC zouden kunnen ondermijnen. Het enige punt van kritiek is dat de wetenschappers wat meer ijver aan de dag hadden moeten leggen in het publiek beschikbaar stellen van gegevens. Het volledige rapport kan je hier nalezen.

Daarmee is CRU gezuiverd van alle aantijgingen van fraude en kan het zogenaamde schandaal naar het rijk der fabelen verwezen worden. Hoe jammer het ook moge zijn, klimaatveranderingen zijn reëel en we kunnen er maar beter iets aan doen.

En Phil Jones? Die zal opnieuw aan de slag gaan bij CRU, zo werd eveneens gisteren bekendgemaakt. Maar hij zal de afgelopen acht maanden van zijn leven waarschijnlijk niet snel vergeten.

De Vlaming leeft op zware voet

Hoe belastend is onze levenswijze eigenlijk voor de planeet? En vooral, hoe zou je zoiets kunnen becijferen? Het team MIRA (Milieurapport Vlaanderen) van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaf aan Ecolife vzw de opdracht om de ecologische voetafdruk van Vlaanderen te berekenen.

De ecologische voetafdruk is een maatstaf voor de menselijke impact op de planeet en wordt uitgedrukt als de totale benodigde oppervlakte voor productie van grondstoffen (voedsel, veevoeder, energie,…) en verwerking van afval. Het concept werd oorspronkelijk ontwikkeld in de jaren negentig door William Rees en Mathis Wackernagel aan de Universiteit van British Columbia in Canada, en geniet intussen wereldwijde bekendheid. Het grote voordeel ervan is de eenvoud: hoeveel ruimte van deze planeet is er nodig om iemands consumptiegedrag mogelijk te maken? Natuurlijk is zo’n indicator een sterk vereenvoudigde voorstelling van een uiterst complex vraagstuk, maar het geeft wel een idee wat de impact is van onze levenswijze.

De studie kwam uit op een voetafdruk van 6,3 hectare voor de gemiddelde Vlaming. Als je weet dat wereldwijd de totale bruikbare oppervlakte ongeveer 1,8 hectare per wereldburger bedraagt, dan is de rekensom snel gemaakt: als alle mensen zouden leven zoals de Vlamingen, zouden we meer dan drie wereldbollen nodig hebben om hen te kunnen onderhouden. Niet echt iets om trots op te zijn.

Het volledige rapport kan je hier nalezen. En wie zijn persoonlijke ecologische voetafdruk eens wil berekenen, kan terecht op de website van WWF.