Vier Sterren

welkom op de blog van Wim Gabriels

Tag archief: Dinosauriërs

Onze sneeuwtriceratops krijgt postuum navolging

Vorige winter maakte ik bij ons op het koertje een sneeuw-Triceratops. Zo zag hij eruit:

Het brave dier is kort daarna natuurlijk gesmolten, maar niet voordat ik het een plaatsje had gegeven op deze blog. Het kreeg ook een vermelding op Dinosaur Tracking, een blog over dinosauriërs op de website van het Smithsonian magazine.

Dat zou het einde van het verhaal zijn geweest, maar…

Deep, een blogger uit San Francisco die op zoek was naar een geschikte figuur om een sculptuur met vetplantjes te bouwen, zag de foto op Dinosaur Tracking. Het inspireerde hem om een sculptuur te maken in de vorm van een Triceratops. Het project werd uitgevoerd, en het resultaat kreeg de naam Trixie. Zo ziet Trixie eruit:

Het hele verhaal kan je lezen op Deep Trouble, de blog van Deep. Het was dankzij een nieuw berichtje op Dinosaur Tracking dat ik toevallig het verhaal van Trixie ontdekte. En zo leeft mijn sneeuwcreatie een heel klein beetje voort, in het verre San Francisco!

Eodromaeus, een vroege theropode

In het noordwesten van Argentinië zijn resten van een nieuwe soort dinosauriër ontdekt. De vondst werd vandaag aangekondigd in het wetenschappelijk tijdschrift Science. Eodromaeus murphi, zoals de nieuwe soort werd gedoopt door de ontdekkers, leefde zo’n 230 miljoen jaar geleden en behoort daarmee tot de oudst bekende dinosauriërs. De soort was iets meer dan een meter lang van neus tot staart (illustratie: Todd Marshall).

Eodromaeus was één van de vroegste vertegenwoordigers van de theropoden. De theropoden waren de tak van de dinosauriërs-familiestamboom die hoofdzakelijk vleeseters zoals de overbekende Velociraptor en Tyrannosaurus omvatte en waar ook de voorouders van de vogels toe behoorden.

De vondst van deze nieuwe soort leidde ook tot nieuwe inzichten in de evolutie van de eerste dinosauriërs. Na het vergelijken van de anatomie van Eodromaeus met andere dinosauriërs concludeerden de onderzoekers dat Eoraptor, een uit dezelfde tijd stammende soort die in 1993 is beschreven, eigenlijk geen theropode is zoals oorspronkelijk werd aangenomen, maar een vroege vertegenwoordiger van de sauropodomorfen, de tak van de enorme plantenetende dinosauriërs met hun lange nekken zoals Brachiosaurus. In het begin van de evolutionaire geschiedenis van de dinosauriërs waren de verschillen tussen de vertegenwoordigers van de verschillende groepen nog niet zo uitgesproken als bij hun latere nazaten uit het Jura en het Krijt. Hun wegen waren dan ook nog niet zo lang gescheiden. Vandaar dat deze vroege vertegenwoordigers van de verschillende groepen dinosauriërs minder gemakkelijk te plaatsen zijn.

Hoe de soortenrijkdom van de verschillende groepen gewervelden in de tijd evolueert, kan nagegaan worden aan de hand van gevonden soorten in opeenvolgende geologische lagen. In de tijd van Eodromaeus, de vroege theropode, en Eoraptor, de vroege sauropodomorf, waren dinosauriërs nog niet de overheersende landgewervelden. Ze moesten hun leefgebied delen met heel wat andere reptielensoorten. De auteurs van het Science-artikel stellen vast dat in die periode het geleidelijke uitsterven van andere soorten niet meteen samengaat met een toename aan diversiteit van dinosauriërs. Pas later zouden de dinosauriërs echt gaan overheersen. Hoe het komt dat de dinosauriërs de vrijgekomen plaats van de verdwenen soorten niet meteen ingenomen schijnen te hebben, is onduidelijk. De dinosauriërs hebben nog lang niet al hun geheimen prijsgegeven!

Bron:
Ricardo N. Martinez, Paul C. Sereno, e.a. (2011). A basal dinosaur from the dawn of the dinosaur era in southwestern Pangaea. Science 331: 206-210.

Sneeuwpret

Darren Naish – The Great Dinosaur Discoveries

Er zijn zo van die onderwerpen die me nooit, maar dan ook nooit vervelen. Dinosauriërs bijvoorbeeld. Deze raadselachtige groep gewervelden heeft de ecosystemen op het land meer dan 150 miljoen jaar lang gedomineerd. Ze vertoonden een enorme diversiteit in uiterlijk en levenswijze, gaande van de grote plantenetende sauropoden, die de grootste landdieren aller tijden voortbrachten, tot de gehoornde Triceratops, vleesetende theropoden zoals Tyrannosaurus en natuurlijk de vogels (want die behoren ook tot de dinosauriërs). En zo’n 65 miljoen jaar geleden stierven ze op korte tijd bijna allemaal uit; enkel de vogels bleven bestaan.

Hoe zag de wereld eruit vóór die grote massa-extinctie? Alles zullen we nooit kunnen achterhalen. Maar dankzij wetenschappelijk onderzoek komen we steeds meer te weten over hoe dinosauriërs eruitzagen, over hun onderlinge verwantschappen, ecologie en zelfs hun gedrag.

Er zijn heel wat goede boeken over dit onderwerp op de markt, zoals het aantrekkelijk vormgegeven The Great Dinosaur Discoveries uit 2009. Het is van de hand van Darren Naish, een Britse paleobioloog en schrijver van boeken over wetenschap.

Het opzet van het boek is vrij origineel, want het gaat niet systematisch, maar historisch tewerk. We keren dus terug naar de jaren twintig van de negentiende eeuw, toen de eerste soorten werden bescheven: Megalosaurus, beschreven door William Buckland in 1824 en Iguanodon, beschreven door Gideon Mantell in 1825 op basis van enkele fossiele tanden (voor de spectaculaire vondst in Bernissart was het nog wachten tot 1878). En zo volgt het boek verder de belangrijke doorbraken tot vandaag. Deze chronologische aanpak geeft een mooie inkijk in hoe kennis evolueert, hoe de wetenschap dankzij nieuwe vondsten nieuwe verbanden kan leggen en hoe recente technologieën hierin een onschatbare bijdrage kunnen leveren.

Het hoeft dus niet te verbazen dat ik dit rijkelijk geïllustreerde boek (letterlijk alle 181 bladzijden zijn voorzien van prachtige foto’s en illustraties) als een hongerige Tyrannosaurus verslonden heb. De allerlaatste pagina heb ik met tegenzin moeten omdraaien. Gelukkig houdt de wetenschap er niet mee op en gaat dit verhaal dus verder. Ik kan nauwelijks wachten!

Een bijzondere theropode

Het zijn goede tijden voor liefhebbers van dinosauriërs. Na de vondst die vorige week in PNAS werd aangekondigd, verscheen gisteren in Nature de beschrijving van een al even merkwaardige soort. En het gaat opnieuw om een theropode uit Europa, ditmaal uit Spanje. Deze nieuwe soort werd Concavenator corcovatus gedoopt (illustratie: Raúl Martín). Het fossiel, dat gevonden werd in de provincie Cuenca in het centrum van Spanje, stamt uit het vroege Krijt, met een ouderdom van zo’n 130 miljoen jaar.

Het bijzonder goed bewaarde skelet, dat de koosnaam Pepito kreeg, laat zien dat deze nieuwe soort tot de carcharodontosauriërs behoort. Deze groep van theropoden omvat soorten die behoren tot de grootst bekende landroofdieren ooit (zoals Giganotosaurus carolinii, die waarschijnlijk nog iets groter was dan Tyrannosaurus rex). Zo groot was Pepito niet, maar met een lengte van ongeveer zes meter niettemin een te duchten rover. Het skelet is opmerkelijk omwille van twee bijzondere kenmerken.

Het meest in het oog springende kenmerk is de aanwezigheid van lange uitsteeksels op enkele wervels van de onderrug. Door deze uitsteeksels moeten deze dieren een soort vlezige bult onderaan de rug gehad hebben. De functie daarvan is voorlopig niet bekend, maar mogelijk speelde het een rol bij communicatie met soortgenoten, voor de opslag van vetreserves of voor temperatuurregulatie (verkoeling van het lichaam).

Maar wat deze vondst nog belangrijker maakt, is dat de botten van de onderarm een serie van knobbels vertonen, waarvan men vermoedt dat het aanhechtingspunten voor primitieve veren kunnen geweest zijn. Geen echte veren maar waarschijnlijk eerder een soort van draadvormige structuren (zoals de figuur bovenaan suggereert). Dat is de eerste keer dat aanwijzingen gevonden worden voor primitieve veren bij carcharodontosauriërs. Hier zie je het bewuste bot (a, b) en onderaan (c) ter vergelijking een bot van een Amerikaanse gier (figuur uit het Nature-artikel; de maatstreep komt overeen met 1 cm).

Bij een andere groep theropoden was het voorkomen van veren reeds aangetoond, namelijk bij de coelurosauriërs, de groep waaruit ook de vogels ontstaan zijn. Als Concavenator inderdaad primitieve veren had, dan betekent dat dat de oorsprong van veren al bij een veel eerdere vertegenwoordiger van de theropoden moet gezocht worden; tenminste als we de redelijke veronderstelling maken dat ze niet onafhankelijk van elkaar bij de verschillende groepen zijn ontstaan.

Vorig jaar werd zelfs melding gemaakt van aanwijzingen van primitieve veren bij ornithischiërs, een nog veel verder van de vogels verwijderde tak binnen de dinosauriërs. Vermits de carcharodontosauriërs veel nauwer verwant zijn aan de coelurosauriërs, is de gemeenschappelijke oorsprong van primitieve veren bij deze twee groepen weliswaar nog waarschijnlijker. Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat (primitieve) veren waarschijnlijk nog wijder verspreid waren onder dinosauriërs dan vroeger verondersteld werd.

Bron:
Francisco Ortega, Fernando Escaso & José L. Sanz (2010). A bizarre, humped Carcharodontosauria (Theropoda) from the Lower Cretaceous of Spain. Nature 467: 203-206.

Een vleesetende dinosauriër uit Roemenië

Hiernaast zie je een overblijfsel van de achterpoot van Balaur bondoc, een dinosauriër die een slordige 70 miljoen jaar geleden voorkwam in wat nu Roemenië is (foto: Mick Ellison). De vondst van deze voorheen onbekende soort werd deze week aangekondigd in het tijdschrift PNAS.

Op het einde van het Krijt waren grote delen van Europa onder zeeniveau gelegen. Het bestond daardoor grotendeels uit eilanden, waaronder Roemenië. Tot nu toe waren uit die periode nog geen vleesetende dinosauriërs uit Europa bekend. Daar komt met de ontdekking van Balaur bondoc dus verandering in.

Deze nieuwe soort behoort tot de groep van de dromaeosauriërs (ook weleens raptors genoemd), die vleeseters als Velociraptor en Deinonychus omvat. En nu is er dus ook een familielid bekend uit het Late Krijt in Europa. Maar de anatomie van het skelet van Balaur wijkt wel sterk af van dat van haar verre neefjes (reconstructie hieronder: Mick Ellison, Zoltan Csiki, Matyas Vremir, Stephan Brusatte, Mark Norell, American Museum of Natural History).

Eén van de opmerkelijk eigenschappen is de aanwezigheid van twee grote sikkelvormige klauwen op elke achterpoot, die waarschijnlijk dienst deden als aanvalswapen. Verwante soorten zoals Velociraptor hebben slechts één zo’n klauw per achterpoot. Ook de rest van het skelet van Balaur vertoont opvallende verschillen met andere dromaeosauriërs. Maar al die verschillen hoeven niet meteen te verbazen.

Soorten die op een eiland voorkomen, vertonen vaak opvallende verschillen met verwante soorten op het vasteland. Dat is te verklaren doordat de evolutie van een soort grotendeels bepaald wordt door haar leefomgeving. Op een eiland kan bijvoorbeeld een beperkter voedselaanbod of de afwezigheid van roofdieren of concurrenten (die op het vasteland wel voorkomen) ervoor zorgen dat kleinere, grotere of morfologisch afwijkende exemplaren van een soort succesvoller zijn. En dat laatste moet bij Balaur het geval geweest zijn.

Veel vragen blijven nog onopgelost, maar één ding is zeker: in wat nu de wouden van Transsylvanië zijn, liep ooit dit vervaarlijke roofdier rond. Bram Stoker zou er dol op geweest zijn.

Bron:
Zoltán Csiki, Mátyás Vremir, e.a. (2010). An aberrant island-dwelling theropod dinosaur from the Late Cretaceous of Romania. PNAS 107: 15357-15361.

Een slang die sauropoden lustte

Slangen kruipen al geruime tijd rond op aarde. De oudst bekende fossielen van slangen zijn een kleine 100 miljoen jaar oud, wat betekent dat ze minstens gedurende zo’n 35 miljoen jaar de planeet gedeeld hebben met de dinosauriërs. Een volwassen sauropode zou zelfs de hongerigste slang wellicht wat zwaar op de maag hebben gelegen, maar ook sauropoden zijn ooit klein geweest. In een artikel dat vandaag in het tijdschrift PLoS Biology verscheen wordt een prehistorische slang beschreven die het op een pas uit het ei gekropen sauropode gemunt had. De slang behoort tot een voorheen onbekende soort, die de naam Sanajeh indicus meekreeg.

De fossielen van de slang werden aangetroffen in 67 miljoen jaar oud afzettingsgesteente uit India. Het exemplaar moet ongeveer 3,5 meter lang zijn geweest. Samen met de slang werd ook resten van eieren gevonden en beenderen van een jonge sauropode van zo’n halve meter lang, die wellicht pas uit het ei gekomen was. Alles wijst erop dat de slang een lekker hapje zag in het jonge dier. Een reconstructie van het tafereel zie je in de bovenstaande foto (sculptuur: Tyler Keillor; foto: Ximena Erickson; fotoverwerking: Bonnie Miljour).

De vondst is niet onbelangrijk omdat goed bewaarde fossielen van slangen uit het Late Krijt niet zo dik gezaaid zijn, wat het moeilijk maakt om de onderlinge verwantschappen tussen de verschillende groepen te bestuderen.

De eerste auteur van het artikel, Jeffrey Wilson van de Universiteit van Michigan, is ook een van de mede-auteurs van het artikel over Abydosaurus mcintoshi (zie hieronder). In een video op de website van de Universiteit van Michigan geeft hij zelf de nodige toelichting over de vondst van Sanajeh indicus.

Bron:
Jeffrey A. Wilson, Dhananjay M. Mohabey, e.a. (2010). Predation upon hatchling dinosaurs by a new snake from the Late Cretaceous of India. PLoS Biology 8(3): e1000322.

Een nieuwe sauropode meldt zich!

Dinosauriërs, ik kan er geen genoeg van krijgen. Deze week werd in een artikel in het tijdschrift Naturwissenschaften de vondst bekendgemaakt van de schedels van een tot dusver onbekende soort sauropode in de Amerikaanse staat Utah. De schedels zijn zo’n 105 miljoen jaar oud en de soort werd Abydosaurus mcintoshi gedoopt (illustratie door Michael Skrepnik). Een individu van deze soort moet zo’n negen meter lang zijn geweest.

De sauropoden waren een belangrijke groep van dinosauriërs. Deze planteneters met hun lange nek en staart waren de grootste landdieren die ooit geleefd hebben. Doordat ze zo enorm groot waren, wordt zelden een volledig skelet gevonden. De schedel wordt vaker niet dan wel teruggevonden. Die is bij sauropoden dan ook relatief klein en licht van structuur. In gans Noord- en Zuid-Amerika was er tot nu toe zelfs nog geen enkele sauropodenschedel teruggevonden uit het Krijt (de periode van ongeveer 145 tot 65 miljoen jaar geleden).

Abydosaurus mcintoshi gaat dus de geschiedenis in als de eerste Amerikaanse sauropodensoort uit het Krijt waarvan schedels gevonden zijn. De soort is verwant aan de 45 miljoen jaar eerder levende Brachiosaurus brancai, waarvan een exemplaar te zien is in het Museum für Naturkunde in Berlijn (het grootste tentoongestelde dinosauriërskelet ter wereld). In vergelijking met Brachiosaurus heeft Abydosaurus veel smallere tanden. De auteurs veronderstellen dat deze aanpassingen samengaan met grotere slijtage en frequentere vervanging van de tanden, wat waarschijnlijk wijst op geleidelijke veranderingen in het dieet van deze sauropoden in de loop van hun evolutie.

Bron:
Daniel Chure, Brooks B. Britt, e.a. (2010). First complete sauropod dinosaur skull from the Cretaceous of the Americas and the evolution of sauropod dentition. Naturwissenschaften: online edition.

De dinosauriërs bekennen kleur

De wetenschap heeft aan de hand van fossielen reeds een schat aan kennis over dinosauriërs kunnen achterhalen: over lichaamsbouw en ecologie van veel soorten is reeds aardig wat bekend. En dankzij nieuwe vondsten komen we steeds meer te weten. Maar over één ding tastten we tot nu toe letterlijk in het duister: de kleur, want die wordt nu eenmaal niet bewaard in fossielen. Bij illustraties of animaties van dinosauriërs, hoe realistisch ook, was de gebruikte kleur niet veel meer dan een gok. Maar nu heeft een internationaal team van paleontologen voor het eerst een tipje van de sluier kunnen oplichten. Ze publiceerden er gisteren over in de online versie van het tijdschrift Nature.

Af en toe worden er bij fossielen van dinosauriërs, vooral theropoden, veer-achtige filamenten aangetroffen. Gedetailleerd onderzoek van dergelijke “veren” toonde nu duidelijk de aanwezigheid aan van melanosomen. En melanosomen, dat zijn celonderdelen die pigmenten bevatten. Die waren eerder al wel aangetoond bij fossiele vogels, maar nog nooit eerder bij andere dinosauriërs. Over de kleur kan een idee verkregen worden door de types melanosomen die worden gevonden, want verschillende types melanosomen leveren verschillende kleuren op, en die kunnen we ook zien bij dieren die vandaag leven.

Een van de onderzochte fossielen was bijvoorbeeld Sinosauropteryx, een kleine theropode (illustratie: Jim Robins). De melanosomen die voorkomen in de strepen die de staart van Sinosauropteryx vertoont, leveren vermoedelijk een rood-bruinachtige tint.

Bron:
Fucheng Zhang, Stuart L. Kearns, e.a. (2010). Fossilized melanosomes and the colour of Cretaceous dinosaurs and birds. Nature: online edition.

Nieuwe dinosauriërvondsten

Deze week zijn er weer enkele dinosauriërvondsten om van te smullen bekendgemaakt. Smul gerust even mee!

In het online tijdschrift PLoS ONE werd een nieuwe soort sauropode beschreven op basis van een vondst in Niger. De sauropoden vormden een belangrijke tak onder de dinosauriërs, bestaande uit plantenetende soorten waarvan sommige enorme afmetingen hadden. De nieuwe sauropode kreeg de soortnaam Spinophorosaurus nigerensis. Het behoort tot de vroegst bekende vertegenwoordigers van de sauropoden en is daarmee belangrijk voor het bestuderen van de evolutie van deze reuzen onder de dinosauriërs.

Hieronder zie je een schema van het skelet van Spinophorosaurus nigerensis. Het balkje geeft één meter aan. De in grijs gekleurde botten werden niet teruggevonden en zijn dus reconstructies.

Al minstens even interessant is de vondst die deze week in het tijdschrift Science werd bekendgemaakt. Het gaat om een theropode uit China. Theropoden waren een heel andere tak dinosauriërs en omvatten voornamelijk vleeseters zoals Tyrannosaurus rex. Maar deze theropode is veel ouder dan Tyrannosaurus, minstens zo’n 125 miljoen jaar oud, en tevens heel wat kleiner, iets minder dan drie meter lang. Maar interessant genoeg heeft het skelet van deze Raptorex kriegsteini, zoals hij gedoopt werd, een zeer gelijkaardige bouw als zijn latere verwant, die zowat honderd keer zwaarder was.

Maar het gaat wel degelijk om een andere soort. Theropoden van het formaat van Tyrannosaurus rex duiken pas tientallen miljoenen jaren later op in het fossielenbestand.

Raptorex toont dus aan dat de lichaamsbouw van de Tyrannosaurus-achtigen heel wat eerder is geëvolueerd, hoewel nog niet in de grote uitvoering die we kennen van recentere soorten zoals Tyrannosaurus rex.

De tekening geeft een idee van het verschil in grootte tussen Tyrannosaurus rex en Raptorex kriegsteini (illustratie: Todd Marshall). Vanwege hun verschillende ouderdom kunnen deze twee elkaar in realiteit natuurlijk nooit ontmoet hebben – evenmin als de Homo sapiens en de Spinophorosaurus nigerensis van de vorige tekening!

Bronnen:
Kristian Remes, Francisco Ortega, e.a. (2009). A new basal sauropod dinosaur from the Middle Jurassic of Niger and the early evolution of Sauropoda. PLoS ONE 4(9): e6924.
Paul C. Sereno, Lin Tan, e.a. (2009). Tyrannosaurid skeletal design first evolved at small body size. Science: online edition.

De burcht van de dinosauriër

Ik ga het toch maar weer eens over dinosauriërs hebben. Tja, ik kan het ook niet helpen dat de laatste tijd de ene interessante vondst na de andere wordt gedaan. En kijk eens aan, alweer in Australië deze keer!

Anthony Martin, een paleontoloog van de Emory-Universiteit (Verenigde Staten), ontdekte in de Australische deelstaat Victoria ongeveer 110 miljoen jaar oude overblijfselen van drie ondergrondse burchten (Illustratie: James Hays, Fernbank Museum).

De grootste en best bewaarde van de drie burchten is een 2,1 meter lange, gebogen tunnel met een diameter van ongeveer 30 centimeter die eindigt op een grotere kamer. De vermoedelijke bewoner was een kleine dinosauriërsoort met een gewicht van 10 tot 20 kilogram. Vermoedelijk diende de burcht om te overwinteren.

De enige tot nu toe bekende dinosauriërburcht, en waarvan Martin ook al een van de mede-ontdekkers was, werd enkele jaren geleden ontdekt in de Amerikaanse staat Montana. In die burcht waren ook fossielen van de bewoners gevonden, een kleine soort die de naam Oryctodromeus cubicularis gekregen heeft. Welke soort de nu gevonden Australische burcht gegraven heeft, is echter niet bekend. Het bestaan ervan toont wel aan hoe verschillende soorten zich soms op een gelijkaardige manier aanpassen om te overleven in een extreem klimaat.

Een artikel over de vondst verschijnt binnenkort in het vakblad Cretaceous Research. En in onderstaand filmpje doet Martin zelf nog eens het relaas van zijn vondst.

Bron:
Anthony J. Martin (2009). Dinosaur burrows in the Otway Group (Albian) of Victoria, Australia, and their relation to Cretaceous polar environments. Cretaceous Research: online edition.

Ook in Australië hebben ze dinosauriërs

Op alle grote continenten zijn er al fossielen van dinosauriërs gevonden. Maar down under was het tot nu toe niet veel soeps. Daar is nu echter verandering in gekomen. Gisteren werden in het online tijdschrift PLoS ONE drie nieuwe soorten uit Australië beschreven, en bepaald geen kleintjes. De fossielen ervan werden gevonden in de Winton-formatie, een 100 tot 98 miljoen jaar oud afzettingsgesteente in de deelstaat Queensland, in het oosten van Australië. Het gaat om twee grote plantenetende sauropoden en één theropode, een vleeseter (illustraties hieronder: Travis Tischler).

De vondst werd gisteren, op de dag van het verschijnen van de wetenschappelijke publicatie, aangekondigd door de premier van Queensland. Niet helemaal toevallig viel een en ander samen met de opening van het eerste deel van het nog in opbouw zijnde museum Australian Age of Dinosaurs.

De vleeseter (hiernaast) werd Australovenator wintonensis gedoopt. Dit beestje, dat van kop tot staart zo’n vijf meter moet gemeten hebben, is zo’n beetje de Australische versie van Velociraptor, een geduchte rover dus, maar dan wel een pak groter dan die laatste. Het skelet van Australovenator is het meest complete theropodenskelet ooit in Australië gevonden.

De twee andere soorten zijn planteneters die allebei behoren tot de titanosauriërs, de grootste dinosauriërs die ooit bestaan hebben. De eerste van de twee (hieronder) is de 15 tot 16 meter lange Wintonotitan wattsi. Zijn gewicht, bij leven en welzijn, wordt geschat op 10 à 15 ton.

De andere titanosauriër (hieronder) luistert naar de naam Diamantinasaurus matildae (naar het liedje Waltzing Matilda, een Australische klassieker). Hij is ongeveer even lang als Wintonotitan, maar duidelijk forser gebouwd, met zware beenderen. Hij wordt dan ook zwaarder geschat dan Wintonotitan, namelijk zo’n 15 à 20 ton.

Dat er op een geïsoleerd continent als Australië dinosauriërs gevonden worden, hoeft niet te verbazen. Nee, ze zijn er niet naartoe gevlogen. Toen de eerste dinosauriërs ontstonden, omstreeks 230 miljoen jaar geleden, waren alle grote continenten, inclusief Australië, nog verbonden in één groot supercontinent, Pangea. Landdieren konden dus gewoon over land migreren naar andere continenten. Pas later zijn deze landmassa’s uit elkaar beginnen schuiven en raakten ze langzaam maar zeker van elkaar geïsoleerd. Daardoor hadden ze elk een verzameling dinosauriërs “aan boord”, die vervolgens elk hun eigen evolutionaire weg konden inslaan.

Bron:
Scott A. Hocknull, Matt A. White, e.a. (2009). New Mid-Cretaceous (latest Albian) dinosaurs from Winton, Queensland, Australia. PLoS ONE 4(7): e6190.