Feeds:
Berichten
Reacties

De natuur heeft nog lang al haar geheimen niet prijsgegeven. De natuurbeschermingsorganisatie Wildlife Conservation Society kondigde gisteren aan dat er in Brazilië een nieuwe ondersoort is ontdekt van de bruinrugtamarin (Saguinus fuscicollis), een apensoort die voorkomt in Zuid-Amerika. Tot nu toe waren er tien ondersoorten van de bruinrugtamarin bekend.

De nieuwe ondersoort (illustratie: Stephen Nash) werd voor het eerst door wetenschappers waargenomen in 2007, tijdens een expeditie in het noordwesten van Brazilië. Het aapje weegt zo’n 213 gram en is 24 centimeter lang, met een staart van 32 centimeter.

De naam die deze ondersoort meekreeg luidt Saguinus fuscicollis mura en verwijst naar de Mura indianen, het inheemse volk dat de rivierbekkens van de Purus en de Madeira bewoont, waar de ondersoort voorkomt.

De Wildlife Conservation Society hoopt dat de vondst de aandacht zal vestigen op het behoud van de natuur in deze kwetsbare maar biologisch uiterst diverse regio.

Het artikel waarin de nieuwe ondersoort wordt beschreven, verschijnt binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift International Journal of Primatology.

Bron:
Fabio Röhe, José de Sousa e Silva Jr, e.a. (2009). A new subspecies of Saguinus fuscicollis (Primates, Callitrichidae). International Journal of Primatology: online edition.

Op alle grote continenten zijn er al fossielen van dinosauriërs gevonden. Maar down under was het tot nu toe niet veel soeps. Daar is nu echter verandering in gekomen. Gisteren werden in het online tijdschrift PLoS ONE drie nieuwe soorten uit Australië beschreven, en bepaald geen kleintjes. De fossielen ervan werden gevonden in de Winton-formatie, een 100 tot 98 miljoen jaar oud afzettingsgesteente in de deelstaat Queensland, in het oosten van Australië. Het gaat om twee grote plantenetende sauropoden en één theropode, een vleeseter (illustraties hieronder: Travis Tischler).

De vondst werd gisteren, op de dag van het verschijnen van de wetenschappelijke publicatie, aangekondigd door de premier van Queensland. Niet helemaal toevallig viel een en ander samen met de opening van het eerste deel van het nog in opbouw zijnde museum Australian Age of Dinosaurs.

De vleeseter (hiernaast) werd Australovenator wintonensis gedoopt. Dit beestje, dat van kop tot staart zo’n vijf meter moet gemeten hebben, is zo’n beetje de Australische versie van Velociraptor, een geduchte rover dus, maar dan wel een pak groter dan die laatste. Het skelet van Australovenator is het meest complete theropodenskelet ooit in Australië gevonden.

De twee andere soorten zijn planteneters die allebei behoren tot de titanosauriërs, de grootste dinosauriërs die ooit bestaan hebben. De eerste van de twee (hieronder) is de 15 tot 16 meter lange Wintonotitan wattsi. Zijn gewicht, bij leven en welzijn, wordt geschat op 10 à 15 ton.

De andere titanosauriër (hieronder) luistert naar de naam Diamantinasaurus matildae (naar het liedje Waltzing Matilda, een Australische klassieker). Hij is ongeveer even lang als Wintonotitan, maar duidelijk forser gebouwd, met zware beenderen. Hij wordt dan ook zwaarder geschat dan Wintonotitan, namelijk zo’n 15 à 20 ton.

Dat er op een geïsoleerd continent als Australië dinosauriërs gevonden worden, hoeft niet te verbazen. Nee, ze zijn er niet naartoe gevlogen. Toen de eerste dinosauriërs ontstonden, omstreeks 230 miljoen jaar geleden, waren alle grote continenten, inclusief Australië, nog verbonden in één groot supercontinent, Pangea. Landdieren konden dus gewoon over land migreren naar andere continenten. Pas later zijn deze landmassa’s uit elkaar beginnen schuiven en raakten ze langzaam maar zeker van elkaar geïsoleerd. Daardoor hadden ze elk een verzameling dinosauriërs “aan boord”, die vervolgens elk hun eigen evolutionaire weg konden inslaan.

Bron:
Scott A. Hocknull, Matt A. White, e.a. (2009). New Mid-Cretaceous (latest Albian) dinosaurs from Winton, Queensland, Australia. PLoS ONE 4(7): e6190.

Een nieuw rapport van IUCN schetst een somber toekomstbeeld voor heel wat soorten haaien en roggen. Het rapport onderzocht 64 soorten haaien en roggen die voorkomen in de open oceanen. Daarvan blijkt niet minder dan één op drie met uitsterven bedreigd. Bovendien zijn er voor een kwart van de soorten onvoldoende gegevens om een uitspraak te kunnen doen, dus ligt het werkelijke aantal met uitsterven bedreigde soorten waarschijnlijk nog hoger.

De belangrijkste oorzaak is overbevissing. Vroeger waren haaien voornamelijk slachtoffer van accidentele bijvangst bij het vissen naar andere soorten zoals tonijn, maar er wordt ook steeds meer gericht op haaien gevist, onder meer door de vraag naar haaienvinnensoep. De praktijk waarbij op haaien wordt gevist om hun vinnen af te snijden en de dieren vervolgens weer in zee te gooien, vormt een ernstige bedreiging.

Bij haaien duurt het doorgaans relatief lang voor ze geslachtsrijp zijn en ze brengen slechts een klein aantal nakomelingen voort. Een populatie kan zich daardoor maar heel langzaam in aantal herstellen, wat ze erg gevoelig maakt voor overbevissing.

De experts van IUCN besluiten dat er dringend nood is aan beschermingsmaatregelen op internationale schaal. Ze roepen regeringen op om wetenschappelijk verantwoorde vangstquota voor haaien en roggen in te stellen en om de meest bedreigde soorten volledig te beschermen.

De grote hamerhaai (Sphyrna mokarran), één van de soorten die als bedreigd gecatalogeerd staan (foto: Simon Rogerson).

Bron:
Merry D. Camhi, Sarah V. Valenti, e.a. (2009). The conservation status of
pelagic sharks and rays. Report of the IUCN Shark Specialist Group Pelagic Shark Red List Workshop.
IUCN Species Survival Commission Shark Specialist Group. Newbury, UK.

Wetenschappers hebben in China fossiele overblijfselen gevonden van een vogelachtige dinosauriër die ongeveer 159 miljoen jaar geleden leefde. De soort kreeg de naam Limusaurus inextricabilis en werd beschreven in een artikel dat deze week verscheen in Nature. De afbeelding toont een reconstructie van deze dieren door Portia Sloan. Deze planteneters waren ongeveer twee meter groot en hadden geen tanden, maar wel een soort snavel. Vliegen konden ze niet.

Limusaurus behoort tot de theropoden, dat is de groep dinosauriërs die onder meer de roemruchte Tyrannosaurus rex omvat, en waaruit ook de vogels zijn ontstaan. Maar Limusaurus is een veel vroegere vertegenwoordiger van de theropoden dan Tyrannosaurus, die leefde tussen 65 en 68 miljoen jaar geleden.

Volgens de auteurs zou Limusaurus een oud raadsel uit de paleontologie helpen oplossen. Zowel de uitgestorven theropoden als de vogels hebben drie vingers (bij deze laatsten tot vleugels omgevormd). Maar bij vogels was uit embryologisch onderzoek bekend dat die drie vingers overeenkomen met de drie middelste vingers van andere gewervelden. Als je de vingers zou nummeren van 1 (duim) tot 5 (pink) bezitten vogels dus vingers 2-3-4, en moeten hun voorouders 1 en 5 geleidelijk aan verloren zijn. Van de drie vingers van de uitgestorven theropoden nam men door hun structuur echter altijd aan dat het om 1-2-3 ging, en dat ze dus 4 en 5 zijn “kwijtgespeeld”. Dat leek altijd al vreemd, want hoe valt dit te rijmen met het feit dat vogels van theropoden afstammen?

Deze Limusaurus heeft echter niet alleen vingers 2 tot 4, maar ook een gereduceerde versie van 1, wat er volgens de auteurs op wijst dat ook de uitgestorven theropoden geleidelijk aan 1 en 5 zijn verloren (waarbij Limusaurus een overgangsvorm is) en dat hun vingers wel degelijk overeenkomen met de 2-3-4 van hun verwanten, de vogels.

Bron:
Xing Xu, James M. Clark, e.a. (2009). A Jurassic ceratosaur from China helps clarify avian digital homologies. Nature 459: 940-944.

Neil Shubin is paleontoloog en professor anatomie aan de Universiteit van Chicago. Hij is tevens één van de ontdekkers van Tiktaalik roseae, een bijzondere vissoort die ongeveer 375 miljoen jaar geleden voorkwam in het noorden van Canada. Deze vis, waarvan de tot nu toe gevonden fossielen één tot drie meter lang zijn, was een evolutionaire overgangsvorm tussen de vissen en de amfibieën. Veel van zijn lichamelijke kenmerken hielden het midden tussen deze twee groepen. Hij had een afgeplat hoofd en lichaam, met de ogen op de bovenkant van de kop. De schouders waren niet verbonden met het hoofd, waardoor hij een echte nek had, iets wat bij andere vissen niet voorkomt. Met zijn sterke voorste vinnen kon hij waarschijnlijk zowel zwemmen als zich afduwen op de bodem.

Interessant om weten is hoe de vondst van Tiktaalik er gekomen is. De oudste bekende amfibieën dateren van omstreeks 363 miljoen jaar geleden. De kwastvinnigen, de vissen waaruit deze eerste amfibieën zich waarschijnlijk ontwikkeld hebben, verschenen voor het eerst tussen 380 en 390 miljoen jaar geleden. Neil Shubin en zijn collega’s wisten dus dat overgangsvormen in de daartussen liggende periode gezocht moesten worden. Ook wisten ze ongeveer in wat voor soort habitat deze overgangsvormen waarschijnlijk voorkwamen. Ze zijn daarom gaan zoeken naar geologische formaties van de juiste ouderdom die ontstaan waren in een dergelijk gebied. Na jaren van vruchteloos zoeken werden hun inspanningen beloond en kon de wereld kennismaken met Tiktaalik. Het illustreert mooi hoe men aan de hand van de evolutietheorie met succes kan inschatten waar en wanneer bepaalde overgangsvormen bestaan hebben. De voorouders van alle amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren waren wellicht nauw verwant aan deze Tiktaalik.

De vondst inspireerde Shubin tot het schrijven van het boek Your Inner Fish, dat verscheen in 2008. In dit boek vertelt hij over de zoektocht die naar de vondst van Tiktaalik leidde, en doet hij aan de hand van deze vis de gevolgen van onze eigen evolutionaire geschiedenis uit de doeken. Hij legt uit hoe die lange voorgeschiedenis van de mens nog steeds in de bouw en de werking van ons lichaam weerspiegeld wordt. Door onderzoek van fossielen, van DNA, en van de verschillen en gelijkenissen tussen nu nog voorkomende soorten kan die voorgeschiedenis stukje bij beetje gereconstrueerd worden en komen ook verrassende patronen aan het licht, bijvoorbeeld hoe ons geraamte nog steeds aan een zelfde basispatroon beantwoordt als dat van onze geschubde voorouders zo’n 375 miljoen jaar geleden.

Dit eerste boek van Neil Shubin is bijzonder leerrijk en aangenaam om te lezen. Ik hoop alvast dat hij de smaak te pakken heeft en dat er nog meer boeken van hem volgen. Het origineel is misschien wat moeilijker te vinden (mijn exemplaar heb ik via internet besteld), maar de Nederlandse vertaling, getiteld De Vis In Ons, kun je probleemloos vinden in de betere boekhandel. Geen excuses dus, dit boek moet je gelezen hebben!

Yann Arthus-Bertrand – Home

De Franse fotograaf Yann Arthus-Bertrand is onder meer bekend van zijn boek “De aarde vanuit de hemel” en de daarbij horende tentoonstelling, die twee jaar geleden nog in Brussel te zien was. Nu heeft hij een film gemaakt, Home, die deze week wereldwijd in première ging.

De film is bedoeld als een ode aan onze planeet en tegelijk een waarschuwing aan de mens, die haar breekbare evenwicht in steeds sneller tempo aan het vernietigen is. Maar de film is zeker geen deprimerende klaagzang, want ze eindigt met voorbeelden van hoe mensen overal ter wereld initiatieven nemen om het tij te keren en werken aan een duurzame toekomst voor ons en onze planeet. It’s too late to be a pessimist, is de boodschap.

Met zijn project riskeert Arthus-Bertrand natuurlijk wel een beetje dat hij enkel voor eigen kerk preekt, maar met wat geluk bereikt hij misschien toch een breder publiek – Al Gore heeft enkele jaren geleden reeds bewezen dat het kan! De film zelf is absoluut het bekijken waard. Het bevat adembenemende beelden die onze planeet in al haar glorie laten bewonderen. En je hoeft niet eens naar de bioscoop, want je kan de film integraal op YouTube bekijken: Hierheen!

De horeca van Leipzig hebben weer eens hoogdagen beleefd… jawel, het pinksterweekeinde staat daar synoniem voor Wave-Gotik-Treffen (WGT) en dat betekent dat er een feestje gebouwd wordt door zo’n 20 000 bezoekers van overal ter wereld die een zwak hebben voor prettig gestoorde muziek zoals new wave, gothic, electro, middeleeuwse folk en alle mogelijke verwanten en mengvormen van deze genres. Wij waren er zoals elk jaar ook weer bij en hebben ons prima vermaakt, dank u!

Niet dat we niet veel festivals bezoeken, nee, we zijn wel één en ander gewend. Toch is er elk jaar maar één festival dat we onder geen beding willen missen en dat van bij het begin van het jaar in grote letters op onze kalender staat aangekruist: WGT, of wat dacht u!

Wat is er dan zo bijzonder aan dit festival? Meerdere dingen, eigenlijk. Het belangrijkste is de muziek natuurlijk. Een kleine tweehonderd groepen spelen er, verspreid over een tiental verschillende locaties in de ganse stad, zoals bijvoorbeeld het Heidnisches Dorf (foto boven). Maar daarnaast kun je ook nog kiezen uit het ruime aanbod aan fuiven, voordrachten, filmvoorstellingen, signeersessies en ga zo maar door. En daar bovenop is er een ruim aanbod aan drank- en eetkraampjes. Maar de honger en dorst kan natuurlijk ook gewoon in de plaatselijke horeca gestild worden. Kortom, op WGT vervelen we ons nooit. Maar daarnaast is dit ook een bijzonder ontspannen, gemoedelijk festival waar je rustig doorheen een bijzondere subcultuur (bevolkt door soms bizar uitgedoste figuren) kunt zappen, en dat alles met de aantrekkelijke stad Leipzig als decor.

Welke concerten waren er zoal het onthouden waard? L’Âme Immortelle op vrijdag was een leuke start van WGT voor ons. The Eden House (foto) was een regelrechte voltreffer. Deze groep bracht onlangs haar debuut, Smoke And Mirrors, uit maar bestaat niet echt uit groentjes; hun bezetting telt enkele oude rotten in het vak waaronder niemand minder dan bassist Tony Pettitt (ex-Fields Of The Nephilim). De verwachtingen waren hooggespannen en deze werden probleemloos ingelost.

Zaterdag werd voor ons geopend met Whispers In The Shadow, die hun vroegere, sterk bij The Cure aanleunende sound hebben vertimmerd tot een wat zwaardere gitaarmuur. Ook het concert van Die Art in de Parkbühne was de moeite waard, evenals het Nederlandse Clan Of Xymox, die we na al die jaren nog steeds niet beu gehoord zijn. De batcave-cultgroep Specimen, die opnieuw in hun originele bezetting uit 1983 aantrad, was behoorlijk maar miste toch de scherpte die we ervan verwachtten. Illuminate bracht een intiem en gesmaakt concert voor een beperkt publiek in de Moritzbastei.

Het concert van Fetisch:Mensch op zondag betekende een blij weerzien met scene-boegbeeld Oswald Henke, vooral bekend van Goethes Erben. En ook met Fetisch:Mensch bleek Goethes Erben nooit ver weg te zijn, iets waar wij ons allerminst aan stoorden. Vendemmian brengt de typisch Britse gothic rock à la The Mission, dus zij hadden het niet moeilijk om ons te overtuigen, hoewel ze niet kunnen tippen aan de groten uit het genre. En ook Lacrimas Profundere kweet zich uitstekend van haar taak. Frank The Baptist (foto) zorgde voor een zeer degelijke set zoals we van hen gewend zijn. Jammer dat die zo kort was en abrupt afgebroken werd omwille van het strikte tijdschema.

De afsluiter van zondag, ASP (foto), zorgde in een afgeladen volle Agra-hal voor een van de absolute hoogtepunten van het festival. Deze buiten Duitsland vrijwel onbekende groep behoort in eigen land tot de toppers van de scene. (Belgische concertpromotoren, waar wachten jullie op?)

Maandag maakten we kennis met de Londense gitaarband Die So Fluid. En in de Agra-hal deed het erg leuke Feuerschwanz (foto) de middeleeuwen weer herleven. Ja, ze hadden zowaar een écht kasteel op de bühne staan! En dan waren er ook nog Schelmish en Letzte Instanz om het festival af te sluiten met hun songs die al evenzeer twijfelen tussen rock en middeleeuws getinte folk.

Dat waren de meest vermeldenswaardige groepen die wij tijdens dit WGT gezien hebben. O ja, uit goede bron hebben we gehoord dat ook Project Pitchfork en My Dying Bride, die wij helaas gemist hebben, een uitstekende beurt gemaakt hebben op WGT. U hebt het al begrepen, dit festival heeft veel weg van een reuze-dessertbuffet waar er gewoon teveel lekkere hapjes zijn om allemaal te kunnen proeven. Volgend jaar weer meer hapjes!

Liefhebbers van gothic en andere vormen van duistere romantiek zitten al enkele weken op hete kolen, want volgend weekeinde vindt het traditionele Wave-Gotik-Treffen (WGT) in Leipzig plaats, ’s werelds grootste festival binnen het genre.

Om de pijn wat te verzachten was The Black Cave zo vriendelijk om voor de zaterdag die aan het WGT voorafgaat een avondvullend programma in elkaar te boksen met enkele fijne bands die hun gitaren in een vet batcave/deathrock-sausje gedoopt hadden. Zo leek het lange aftellen even wat minder lang en konden we ons alvast een beetje opwarmen. En dat feestje vond dus afgelopen zaterdag, 23 mei, plaats in The Steeple in Waregem.

Het optreden van de opener The Cemetary Girlz, een Franse formatie die enkele maanden geleden haar debuut-CD uitbracht, mocht er alvast zijn. Maar de hoofdschotel moest natuurlijk nog komen.

En dan was er het eveneens uit Frankrijk afkomstige Violet Stigmata (foto), en dat waren geen onbekenden voor ons. We zagen ze al verscheidene keren aan het werk en telkens weer wisten ze ons te overtuigen met hun sterke songs in de beste batcave/deathrock-traditie, die zowel op CD als live hun effect niet missen. Een getalenteerde en uiterst sympathieke band, die zich kunnen meten met de top van het genre!

Als afsluiter van de avond stond Theatre Of Hate/Spear Of Destiny op de affiche vermeld. Het gaat eigenlijk om de namen van twee verschillende groepen van dezelfde frontman, namelijk Kirk Brandon. Nu is Brandon op tournee waarbij hij songs van beide groepen speelt, ondersteund door een aantal getalenteerde muzikanten die hun sporen verdiend hebben bij verschillende andere groepen. De basgitaar wordt bijvoorbeeld bespeeld door niemand minder dan Craig Adams, voormalig bassist van onder meer The Sisters Of Mercy en The Mission. We krijgen sterke songs te horen, gespeeld door een geroutineerde band van rasmuzikanten. Ook de Joy Division-cover Transmission hoefde nauwelijks voor het origineel onder te doen.

En zo waren we helemaal opgewarmd voor Leipzig! We keerden tevreden weer naar huis… met een gesigneerde CD van Violet Stigmata!

KoeEen extra lang weekeinde en nog mooi weer ook, een prachtige gelegenheid voor een stevige wandeltocht! Maar waarheen? Hm, de Vlaamse Ardennen bijvoorbeeld? Ja, dat lijkt ons wel wat!

De keuze valt op de Kluisbosroute en de Panoramaroute. Deze twee routes kunnen perfect gecombineerd worden, want ze passeren allebei door Kwaremont, vlakbij de taalgrens. Samen zijn ze goed voor zo’n 27 kilometer wandelplezier doorheen de Vlaamse Ardennen. De heuvels, knotwilgen, kasseiwegjes, beken, weiden en bossen vormen het schilderachtige decor van onze wandeltocht.

Het Kluisbos

Distelvlinder (Vanessa cardui)

Een internationaal onderzoeksteam publiceerde deze week een artikel in PLoS ONE over een uitzonderlijk goed bewaard fossiel van een primaat, gevonden in Messel, nabij Frankfurt. Het wezen leefde omstreeks 47 miljoen jaar geleden. De auteurs gaven het de soortnaam Darwinius masillae. Het dier was een vrouwtje en stierf waarschijnlijk vroegtijdig, op een leeftijd van minder dan een jaar. Ze kreeg van de onderzoekers de roepnaam Ida (links zie je het fossiel, onderaan een illustratie door Bogdan Bocianowski).

Er is tevens een website gelanceerd, getiteld The Link, waarop meer informatie te vinden is over Ida. En er is meteen ook een boek over Ida verschenen, eveneens getiteld “The Link”, van de hand van Colin Tudge. Maar is Ida nu eigenlijk een zogenaamde “missing link”, zoals je overal leest? Ja en nee. Soorten ontwikkelen zich in de loop van miljoenen jaren geleidelijk tot andere, vaak erg veel verschillende soorten, maar er sterven steeds ook enorm veel soorten uit. De soorten die er op een bepaald moment in de geschiedenis voorkomen, zijn dus afstammelingen van een beperkt aantal soorten uit eerdere tijdsperiodes. Fossielen die we vandaag terugvinden, behoren dus meestal toe aan soorten die geen hedendaagse afstammelingen meer hebben rondlopen. Als een fossiel gevonden wordt dat doet denken aan hedendaagse soorten, stammen deze laatste waarschijnlijk eerder af van soorten die eraan verwant zijn, maar waarvan nooit fossielen gevonden worden. En hoe ouder je fossiel is, hoe meer dit opgaat, want hoe verder je terug gaat in de tijd, hoe kleiner het aantal soorten wordt die nog hedendaagse afstammelingen hebben rondlopen.

Er is heel wat kritiek geuit op het grote media-offensief dat met de publicatie van het artikel gepaard ging. Ook over de precieze plaatsing van Darwinius masillae in de stamboom van de primaten is intussen al discussie opgelaaid. Maar dat neemt niet weg dat dit een prachtig voorbeeld is van een overblijfsel van een primaat die ons heel wat kan leren over de afstamming van de vroegste primaten, en uiteindelijk dus ook over de mens. Want deze Ida en haar soortgenoten moeten ergens een verre of iets minder verre verwant hebben gehad, waarvan wij allemaal afstammen.

Bron:
Jens L. Franzen, Philip D. Gingerich, e.a. (2009). Complete primate skeleton from the middle eocene of Messel in Germany: Morphology and paleobiology. PLoS ONE 4(5): e5723.

Oudere Berichten »